is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raadgeving aan twijfelende protestanten. 493

overgenomen), in Zwitferland voorgevallen is. Met ijzing herinneren wij ons, hoe de heffche lnquiütie, ten tijde der Hervorming, als een middel om de verborgen' Ketters te ontdekken, de verordening maakte, dat "de Priesters allen moesten opteekenen, die te Pafchen niet Hechteden en communiceerden: en thans reeds zegt dit berigt, dat in ïValüferlanf ook reeds alle inwoners vervolgd worden, welke op het Paaschfeest niet gebiecht noch gecommuniceerd hebben; en dat dezelve0 bij eene openbare verordening, als geloofsverachters zijn verketterd geworden. Schoon met weer¬

zin,'zullen wij dus voortgaan op den voet, waarop wij begonnen zijn, en zooveel in ons is, tegen de Profelijtenmakerij, den verderfelijken Monniken-geest, de onzedelijke en onchristelijke onverdraagzaamheid en de helfche vervolgzucht waarfchuwen. —

Wat dit gefchrijf nu van ten broek betreft; het is op zich zelf al zeer nietig. In ons verflag en onze beoordeeling van deszelfs tweede Stukje, hebben wij hem, die zich als Schrijver genoemd en den -Aartspriester cramer, die dal Stukje goedgekeurd heeft gehad, bij herhaling gezegd, en met onloochenbare daadzaken aangetoond, dat zij de leer en de gefchiedenis hunner Kerke niet kennen of dat zij niet ter goeder trouwe te werk gaan: wij hebben hen uitgedaagd, om het tegendeel van heto-ene wat wij fchreven, aan te toonen. Hierop nu antwoord ten broek niet: hij ook noch cramer is in ftaat om [de waarheden te wederleggen, die wij hun onder de oogen gebragt hebben. In plaats dus van zoo iets te beproeven, gaat ten broek voort, om eenvoudigen, met fchoonfehijnende woorden, kunftig ter misleidinge ingerigt, tot den overgang in de Roomfche Kerk

te lokken. Dit Gefchriftje heeft dan ook geene

waarde hoegenaamd vóór, noch kan iets uitwerken bij eenigermate geoefende Proteftanten, die met een' opflag van het oog, overal de nietigheid der redeneringe, en de krachteloosheid der bewijzen zullen zien, en weinig meer, dan listige drogredenen en hatelijke bitterheid, in hetzelve zullen ontdekken. Anders is het intusfehen voor mingeoefende-n en onnoozelen: voor dezen is het verleidelijk en gevaarlijk: en ten broek fchïjnt de kunst, om dezen te werven zoo goed te verllaan, als of hii in de fchool van lojola volleerd was, en met

J ZQQ