is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UITTREKSELS EN BEOORDEEUNGEN.

Leerredenen van h. h. donker curtius, Theo/. Doet. Predikant te Arnhem. Tweede en laatfle Stuk. Te Arnhem, bij P. Nijhoff, 1815. aoi Bladz. In gr. Octavo. De prijs is f 1 - 14 - :

Kondigden wij onlangs, met waarlijk welverdienden lof, den eerften Bundel inet Leerredenen van den braven en begaafden D. C. aan: tot onze overgroote blijdfchap ontwaarden wij, bij het lezen der Leerredenen , in den thans voor ons liggenden Bundel vervat, dat wij, in plaats van dezen lof eenigzins in te korten, denzei ven veeleer nader te bevestigen, ja zelfs te yerhoogen verpligt zijn. Met verwondering en dankzegging aan god nebben wij deze Leerredenen gelezen. Zoo over den gezegenden Verlosfer te fpreken, dat mag eerst heeten: zijne eer op eene belangwekkende wijze voor te ftaan; en zijnen lof betamend te verkondigen.

Men leze deze Leerredenen, en indien men eenig ge. voel heeft voor hetgene, wat waarlijk groot, fchoon, voorbeeldig en tevens voor ons verootmoedigend, maar ook opbeurend is , zal men ze niet ter zijde leggen, zonder de hartelijke erkentenis, dat jezus christus waarlijk die Leeraar — die Verlosfer en die Heer is, dien ellendige, hulpelooze, en, in zich zelve, diep bedorvene zondaren behoefden. O dat allen, die den naam van Christenen dragen, dezelve lazen — dat zij ze lazen, met een naar de regte kennis van jezus christus dorstend hart!

Laat ons Hechts den hoofdinhoud dezer Leerredenen opgeven: en men zal gevoelen, dat derzelver onderwerpen, van eenen D. C. behandeld wordende,_ niet dan hoogst belangrijk kunnen zijn. Het getal der, in dezen Bundel, voorkomende Leerredenen is zes. De eërfte heeft ten tekst matth. XV: 12—14, en handelt over den prijs, dien jezus op het oordeel der menjchen (lelde. De Verlosfer was omtrent de goed- of afkeuring der men* fchen, ten aanzien van zijn perfoon, zijne leer en zijnen handel, gansch niet onverfchillig; en dat konde Hij ook

«tt. mag. l8l7- no. 12. LI Vol*