is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

554 e« a. w. v0n zimmerman,

deelt en van Baiin, en de daarop volgende. landen, eigenlijk tot Guinea niet behoorende, bij eene nadere gelegenheid te zullen befchouwen.

_ Tot eene proeve voor onze Lezers willen wij gaarne uit dit belangrijke Werk, het navolgende , naar onze fpelling gewijzigd, affchrijven, aangaande de hoofdoorzaken van den Slavenhandel.

„ Onder de voorname oorzaken, waardoor de Negers hunne vrijheid verliezen, en waardoor dus de Slavenhandel den grootden voorraad van deze ongelukkigen verkrijgt, moet men, in de eerde plaats, noemen de oorlogen der Zwarten onder elkander. Deze zijn, volgens mtjngo park, van tweederlei aard. De eerde 1'oort, welke KUU genoemd wordt, verfchilt niet veel van onze oorlogen, in zoo verre namelijk, dat de oorlogsverklaring vooraf gaat, voor dat twee volken elkander aanvallen. Van deze oorlogen is reeds gefproken. De tweede ibort grondt zich alleen op erfelijke veten Park noemt zulk eene vete Tagria. De bewoners van een zeker diftrifct hebben namelijk een' ouden en beiïendjgen baat tegen die van em ander, wegens vroegere beleedigingen, en zij bevredigen hunne wraakzucht, meestal, door elkander, na den afloop van den oogst, verraderlijk te overvallen, menfehen en vee weg te voeren, en deden en dorpen te verbranden. Dikwijls gefchieden zulke aanvallen op naburigen grond, met troepen van honderden te gelijk. Zoo overviel de zoon van den Koning van Fuhlada de Jallonkas met vijf honderd ruiters, en maakte vele gevangenen. Ook 'ondernemen enkele familien zulke roofpartijen; ja, een enkele ftoute en derke Neger waagt bet fomwijlen, op voorbijgaande ongewapende menfehen , uit eene hinderlaag, aan te vallen en een' vrij man als gevangen voort te liepen. Beide deze manieren van menfehen te roo« ven, of liever, deze van hunne vrijheid te berooven, zijn door den Slavenhandel veel menigvuldiger geworden. Sedert de invoering der Europefche voortbrcngfels, als bij voorbeeld van het fchietgeweer, van het ijzer, en vooral van den brandewijn, vinden de Negervorden er volftrekt geene zwarigheid in, van, wanneer het hun aan deze waren ontbreekt, hunne vreedzame naburen vijandig te overvallen en de ongelukkigen, die zij gevangen nemen, aan de Europeanen te verkoopen.

„Damel, de Neger-Koning van Cajor, had naauwe-

lijks