is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 13

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soo j.h. de hes, de slag van algiers.

En fcheurt hun 't lijnwaad af; de moedwil drijft 'er fpeif

En toont, bij gruwelen, de beeldtenis der hel!

De vaten, zwaar van goud, de rijk verfierde altaren

VerfchafT'en kostb'ren buit aan woeste plunderaren;

De krijgsman fpot en zet den mijter zich op 't hoofd,

En bootst den Bisfchop na; — hij fchendc, en moordt en rooft,

En (h ooit verhit door wijn, de parelen en fieenen

Van 't priesterlijk gewaad, sis nietig ft of daar henen!

De retoren zijn in de asch, er is geen voorraad meêr,

En 't uur der wrake ftort een werk van eeuwen neer! —

De Slag van Algiers, door j. h. de hes, Med. Doctor te Zutphen. Te Zutphen, bij W. C. Wansleven, 1817. 30 Bladz. In gr. Octavo. De prik is

Dit Stukje is een waar Rijnikroiiijkje, dat voor ons, die pas kortelings de Couranten lazen, minder waarde heeft dan voor de nakomeüngfehap, die denkelijk onze Couranten niet lezen zal, en dus groote verpligting zal hebben aan den Zutphenfchen Geneesheer, die het geheele geval voor haar berijmde , roet zoo veel naauwkeurigheid, met zoo duidelijke vermelding van het geheele beloop van het beleg van Algiers, van de geiteldheid dier fterkte, van de ligging der fchepen en de namen der Scheepsbevelhebbers, dat men zich als verplaatst ziet aan jde Afrikaanfche kust en alles van fuikje tot beetje ziet gebeuren. Aanteekeningen zijn er niet bij, en natuurlijk! zij waren er niet bij noodig; en zulks al weder om deze even natuurlijke reden, dat de Aanteekeningen almede bij den rijmlap zijn uitgegeven. Iemand uit de nakomelingfchap zou misfehien hebben kunnen vragen, wat wil toch het woord Deij beteekenen, dat de Kronijkmaker hier bezigt V doch 's mans vooruitziende geest heeft hier een fchot voor gefchoten, door dadelijk op het woord Deij, bij vorm van omfchrijvingi te laten volgen, wat men daardoor te verftaan hebbe: de Deij, zegt hij:

Pe Deij, zoo noemt men 't hoofd der Algerijns che staten»

Dit