is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 13

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6lS g. g. van paddenburgh,

beide jongelingen veel te danken hadden, hunne verliefdheid ontdekkende, raadde hun, op goede gronden, aan, dezelve te keer te gaan. Zij liaan dit echter in den wind en van schieten weet, door middel van zijnen vriend, tieleman, het hart van louize te winnen. Tieleman zelf kon nog maar zijne onbekende fchoone niet op het fpoor krijgen. Eindelijk gaf een zeer onverwacht voorval daar aanleiding toe; zij redden namelijk, bij gelegenheid, dat zij een toertje te paard deden, in een bosch een meisje uit de handen van zekeren Kapitein leiderleich , in hetwelk hij haar herkent. Zij geraken in duel met elkander, worden van weerszijden zwaar gewond; dit voorval wordt dadelijk ruchtbaar, beide worden gearresteerd, en na eenen gexuimen tijd, door middel van den broeder van het on« bekende ..meisje, aan wien Kapitein diderichs , d e alles aanwendde , om beide nog te redden, zeer toevallig kennis kreeg, en die juist gekomen was, om de onfchuld te fparen en den eerloozen aan den dag te brengen, op eene eervolle wijze uit hunne gevangenis ontllagen, en beide reizen met hunne ouders, die mede ter verontfchuldiging der aangetijgden zich hadden doen vinden, met verlof, voor eenen onbepaalde» tijd, naar hunne ouders af. Tieleman had intusfehen langs dezen weg het hem onbekende meisje leeren kennen. en was met haar in briefwisfeling getreden; terwijl louize, in dien tusfehentijd van schieten ontrouw wordende, 2ich met een ander in het huwelijk had begeven. —. Door onderfcheidene voorfpraken en medewerkingen werden beide nu vervolgens onder een bataillon , toenmaals te Breda in bezetting liggende, tot Vaandrigs bevorderd, en hoewel nu onze van schieten ,, vele lieve Bredafche meisjes leerde kennen, maakte nogtans geene van alle eenen blijvenden indruk op zijn hart, hetwelk nog geheel van louize als vervuld was. Na een kort verblijf aldaar, vertrok zijn regement naar Maastricht in garnizoen, juist de woonliad van zijns vriends beminde, en in dien tusfehentijd kwam zijn (liefvader te fterven, terwijl hij, benevens zijne zuster, onder eenen voogd, van plasse genaamd, werden gefteld. Hun garnizoensleven had weinig bijzonders, en de Maastrichtfche meisjes waren niet in ftaat, om van schieten zijne louize te doen vergeten. Door anderen verleid , geeft hij zich thans aan fpel en wellust

over;