is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 14

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

644

G. J. WENZEL,

„ de dieren gevoelen zich ligter, en de mensch, zou „ hij geen aandeel aan zulke belangrijke en veelvul9, dige gefchenken zijner moeder, de natuur, nemen? 9, Dit ware onmogelijk! Even als voor de ganfche 5, overige bewerktuigde fchepping leven en flerkte met „ den regen nedervallen, zoo dale met denzelven ook 5, leven en flerkte voor hun (hem) uit de wolken. —

,, 'Ten tijde van den bloei en der uitvvafeming, 3i waar zoo vele ontwikkelde levenskracht, zoo vele a, balfemieke deelen in de hoogte ftijgen, om zich in ,3, den dampkring in te lijven, op eenen zoelen, hee5, ten, zomerfchen dag, waar het vermogen der zon a, zoo vele krachten uit planten en dieren trekt; wan5, neer eene donderbui losbarst, waarin de bovenfte ,, ftreken der lucht, die daaraan zoo rijk zijn, ge-

fchud worden en haren rijkdom ontlasten, in die „ oogenblikken begeve zich de mensch naar buiten, a, en bekommere zich niet over eenen vriendfchappe-

a, lijken regen. Dit bad, bij herhaling gebruikt,

gi brengt wonderen voort. Ik fpreek uit ervaring.

3, Eer ik verder ga, moet ik eenige regelen aanvoe,, ren met opzigt tot het gebruik, ( ) en het zich ten „ nutte maken van de met levenskracht opgehoopte „ ligchamen , waarmede wij ons zoo even bekend 3, maakten.

„ i) Men boude zich niet te lang, in het bijzijn van planten en gewasfen, die te fterk ruiken. Eene te

3, fterke reuk, wanneer zij te langdurig op onze werktuigen werkt, bedwelmt, en er zijn voorbeelden,

3, dat menfchen, die te midden der te hevig ruikende

s, planten zijn ingeüapen, door beroerte zijn aange-

„ tast.

2) Men vermijde de reuk van de nachtfchade,

„ en de uitwafemingen van den notenboom.

„ 3) Men vertoeve alleen gedurende den dag onder

5, fterk ruikende planten, het beste bij zonnefchijn.

,, Des nachts zijn hare uitwafemingen nadeelig; waarom men ook geene bloemen in llaapkamers, gedu-

„ rende den nacht, moet laten blijven. ,, 4) Bij onweders kleede men zich dun aan, vermijde zweet, hoede zich voor togtlucht, verwijdere zich van fpitfe , in de hoogte klimmende metalen ligchamen, van hooge boomen en torens, verlate

j, zoodanige plaatfen, waar vele menfchen opgehoopt

„ zijn,