Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7W J. NIEMEIJER ,

hu ziet, dat de Aarde dan bij i, dan bij 2, dan bij 3, enz. is, zoo gaat het nu net roet onze Aarde in het «jtfpanfel: den eenen dag is zij op de eene, en den ander n dag op de andere plaats; en zoo loopt zij nu gedurig voort, tot dat zij haren kring heeft afgeloopen; $8 dit duurt _ 365 dagen of een jaar. Maar nu moet gij niet bi grijpen, dat er waarlijk zulk een grooten kring in den hemel getrokken is; neen, ik heb dit maar zóó geteekend, om het voor u duidelijk te maken. En als gij nu weer oplettend zijt geweest,

dan zal ik u de volgende keer vertellen van het cijferen dat die menfchen doen, die de teekeningen van de Aarde maken , en er u ook wat van leeren.

Zeg mij nu eens, Jansje! is onze Aarde licht of donker ?

Jansje. Zij is een donkere bol, Meester! en er zijn nog meer zulke donkere bollen.

Meester. Waar zijn die bollen, Heintje?

Heintje. Die zijn in den hemel of het uiifpanfel; en dat zijn (lenen.

Meester. Kent gij niet één van deze donkere bollen, Pietje?

Pietje. Ja, Meester! de Maan is ook zulk een donkere bol; en als die van de Zon befchenen wordt , dan geeft zij ons fomtijds licht.

Meester. Jansje! bewegen alle die fterren, die gij *s avonds ziet ?

Jansje. Neen, Meester! maar weinige, en die noemt men dwaalflerren; maar de andere, die niet bewegen noemt men' vaste fterren.

Meester. Maar, Köosje! waaraan zijn die fterren vast , dat zij zoo kunnen draaijen ?

Koosje. Nergens aan, Meester! want van alle die bollen, die in den hemel wentelen, is het net of zij elkander vasthouden; want zij trekken elkander aan, zoodat zij niet kunnen vallen.

'Meester. Hoe komt het, Betje! dat er niets van de Aarde afvalt, door het omdraaijen ?

Betje. Omdat de lucht rondom de Aards zwaar op alles drukt, en daardoor wordt alles heel zwaar, en naar het midden van de Aarde gedrukt.

Meester. Maar, blijft onze Aarde, en de bollen,

die

Sluiten