Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRIJVING VAN JAVA.

de middel trachten zij fmal te houden en drukken die zoo veel mogelijk in tot eenen kleinen omvang. Overigens is de wanstaltigheid onder hen zeer zeldzaam. Hun voorhoofd is hoog, de wenkbraauwen zijn wélgeteekend en op den regten afftand van de oogen, wier binnenhoek meestal gevormd is op de wijze van de Tartaren, fomtijds ook als bij de Chinezen. De oogen zelve ziin donker, de neus klein en fomtijds plat, doch minder "dan bij de eilanders in het algemeen. De mond is wélgevormd , maar de lippen zijn groot, en de aangeborene fchoonheid van aangezigt wordt verminderd door het onder hen gebruikelijk afvijlen en zwartverwefi der tanden, en door het fterke genot van tabak en van Siri. De kinnebakken (teken gemeenlijk uit, de baard is zeer dun, het hoofdhaar doorgaans lang en zwart. De doorgaande uitdrukking van hun gelaat is goedheid, vrede, èn gedachte. Gemakkelijk vertoont hetzelve zoo wel eerbied, vrolijkheid, en ernst, als onverfehiiligheii, laagheid, en angst.

in het algemeen heeft men de Javanen , even als de ove ritte Oost eilanders, meer als een geel dan als een koperkleurig of zwart menfchenras aan te merken, hoewei hunne kleur meestal wat donkerder valt dan op de eargelegene eilanden, vooral bij de bewoners van de oostelijke gewesten , die overigens de westelijke bewoners'' van Java overtreffen in fijnheid van gelaatstrekken. De laatstgenoemde of Sunda's gelijken hierin meer naar een ras van bergvolk, zij zijn kleiner, (louter, geharder, en bedrijfzamer dan de bewoners van de kusten en van de oostelijke (treken. Voordeelig onderfcheiden zich ook door fijnheid van leden en gelaatstrekken de volksrangen, die boven het gros der Javanen verheven zijn, als naderende meer dan deze tot den vorm, die in het westen van Indostan heerscht, en meer afwijkende van de gedaante, die aan de oorfpronkelijke bevolking der eilanden eigen geweest is.

De vrouwen zien er op Java over het geheel niet zoo wél uit als de marrsperfonen, vooral wanneer zij merkelijk in jaren gevorderd zijn; doch daartoe kunnen veel bijdragen het zware veldwerk, dat zij verrigten , en de drukkende lasten die zij torfchen moeten.

De Jrvanen zijn gemakkelijk van aard en hoffelijk ; zij gevoelen zeer het betamelijke van netheid, en zijn noen ruw noch ongenegen behoorlijk te woord te (taan.

Zij

Sluiten