is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FEESTMAALTIJDEN.

61

cenige malen in eenen kring rondom den grooten fteen, en verdeden zich dan, om elk voor zich, in het dorp, de meisjes tot den dans af te halen.

Met eenen eenvoudigen groet fpreekt ieder de ouders en dochter aan, die reeds zoo wat half opgefchikt is, en nadat zij aan den danfer toegezegd is, kleedt zij zich geheel. Het meisje maakt hem eenen zijden doek op den linker fchouder vast, volgt dan met witte hemdsmouwtjes en een korfetje aan, terftond achter hem aan naar de gemeente, waar zij aan de fteenen tafel, — waarop groote houten kannen en emmers met bier ftaan, — met het groote glas ontvangen en haar toegedronken wordt. Zij moet allen befcheid dóen. Wanneer alles bijeen is begint de dans.

De plaatsmeester danst vooraan, enz. . De fchooljongens maken zich klapbusfen van vlierhout en verlaten de dansplaats niet. De oude lieden Jkomen met hunne kermisgasten toekijken. Geen vreemdeling mag de "gemeente voorbij gaan, zoo min te voet als te paard, zonder uit het groote glas befcheid te doen, en men biedt hem eenen dans aan.

De vrolijkheid duurt tot des avonds tien ure. Ieder brengt dan zijne danferes te huis, en begeeft zich mede naar huis en te bed: den volgenden dag verzamelen zich al de jongelingen in de herberg, gebruiken warm bier en koek tot een ontbijt, en de overtreders der inftellingen worden geftraft. Voor- en namiddag wordt

er weder gedanst. Maar de derde dag is de voor-

naamfte. Ieder fchikt zich zoo veel op als hij maar kan. Hoeden en rokken worden met goud papier verfterd. Alles wapent zich met degens en pistolen. Men bindt eenige zijden doeken en linten aan eenen ftok, welke de plaatsknecht in plaats van eene vaan draagt; — men zet zich te paard en rijdt, met de fpeellieden voorop, ftil en in goede orde naar het veld tot de kudde, om daar eenen hamel te halen. Onder vrolijk fnarenfpel wordt dezelve met roode linten verlierd en door eenen met een lang flagtmes voorzienen flagter op het paard genomen, en met vreugdgefchal naar het dorp onder de linden en op den grooten fteen gebragt, en aldaar, onder zang en dans, gellagt.

Daarop houden zij des avonds, op eigene kosten, eenen vrolijken maaltijd, fpelen om appelen en noten,

etea