is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76

Ï.EVENDIGE UURWERKEN."

LEVENDIGE UURWERKEN. — NOODZAKELIJKHEID DER. TIJDSVERDEELING IN PARIJS.

(Vertaald.')

Er zijn te Parijs zekere menfehen, welken men zeer gepast den naam van levendige uurwerken kan geven, en die ook inderdaad door de gemeenere volksklasse dus worden genoemd. De eene is een koopman in lijnwaad; de tweede is een lepelgieter: de derde een koopman in paddeftoelen, welke zeker aan alle vreemdelingen, die federt eenige jaren in Parijs zijn geweest, wel zal bekend zijn wegens zijnen hond, welke eenen zwaren, met paddeftoelen gevulden korf, met zijne tanden aan de eene zijde, draagt, terwijl zijn meester denzelven aan de andere zijde vasthoudt, en op deze wijze de zeer groote ftad doorwandelt. De vierde eindelijk is een koopman in oude kleeren (eene zeer verachte menfchenklasfe, waarvan Parijs krielt, en welke de oude kleederen voor eenen fpotprijs opkoopt; en aan welke dus alleen de behoeftigfte menfehen in handen vallen). Deze laatfte heeft eene, door zijn veel fchreeuwen zoo bedorvene en ijsfeliike, ftem, welke juist zoo klinkt, alsof de keel hem ware doorgefneden, ■ zoodat het onmogelijk is om te raden, wat hij wil, zoo men hem niet aan zijne ftem kende (*). Toen _wij in de rue des

bons

(*) Wij kunnen, bij deze gelegenheid, het niet onopgemerkt laten voorbij gaan, alhoewel wij meenen, dat mërcier reeds iets in ziin Tableau de Paris daarover heeft gefchreven, dat elke handelstak, welke op de ftraat ten verkoop wordt uitgeroepen, met zijnen eigenen toon of melodij, om zco te fpreken wordt vergezeld, zoodat men, als men denzelven hoort, de woorden niet eens behoeft te verftaan of aan het venfter te zien om te weten, wat men uitveilt, b, v.: bezems, takkebosfen, zout, fromage de maren* aardbeziën (des fraifes, fraifes, des fraifes.'), falade , aardappelen, melk (welke in den hoogden toon wordt uitgeroepen. Hier moet ik de ware anekdote niet vergeten, dat men voor

eeni-