is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nikolaas pedrosa.

8*

r dan zou ik de grootfte dwaas wezen ," hernam. pe«

drosa. .. , :

Houd u gerust in deze vrijplaats en vrees niets. Wat zou er van u geworden zijn , indien de Span" iaards ons genomen hadden?" „ In het ergfte. geval had ik tóijhè toevlugt tot de flesch van den groot-ïnquifiteur genomen. Maar daarvoor ben ik nooit bang ' geweest. Met een fchip, hetwelk zoo bemand, is , ,, en waarop zulk een goed bevel wordt gevoerd, heelt men geen gevaar te vreezen, dat het immer m eene , Spaanïche haven zal worden opgebragt." „ Ik vrees bet ook niet," zeide de kapitein, „en beloof u, dat gij uw geluk daarop beproeven zult, zoo lang het onder mijn bevel zeilt, en, voert ons het geluk naar Engeland'terug, zoo zult gij uw deel in de gemaakte buitgelden bekomen. Deze zuilen, naar alle waarfchijnlijkheid, eene aanmerkelijke fom bedragen , die „ u in Haat zal (lellen, om iets te ondernemen. Wanfl, neer gij bij uw beroep zoo vlijtig zijt, als ik van u geloot , zult gij, zoo lang ik leef, eenen zeeman tot vriend hebben," Pedrosa wierp zich voor zijnen belchermcr te voet, en een wloed van tranen getuigde vatT'zijftê dankbaarheid uit een hart van blijdfchap en erkentenis vervuld. De kapitein rigtte hem op, en verbood hem, op verlies van zijne vnendfchap, hem ooit weêr in deze houding aan te fpreken. „Dank mij, in« dien gij u daartoe gedrongen gevoelt," zeide hij, „ maar ,, zoo als de "eene man den ander danken moet. Op mijn „ fchip motten de knien zich flechts voor God buigen. Maar laat ons nu aan den toeiland van den ongelukki. gen casAsond'A denken. Wij naderen Lisfabon, alwaar " hij er op zal aandringen om op zijn woord van eer ' vrijgelaten te worden." — „ Gedoog niet," zeide pedrosa, „dat hij zich in Spanje waagt; wantik ben ze.

ker ovenuigd , dat men in al de havens en grensfteden „ bevel heeft gegeven, om hem te vatten, waar hij zich „ flechts laat rden."— „Ik geloof het wel," hernam de kapitein.' „ Zijn treurige toeftand vereischt een rijp overleg. Ondertusfchen, wacht u, om uw geheim te verra„ den, en verberg u , zoo veel mogelijk is, voor zijn gezigt."

Zoodra het fregat met den prijs op den laag het anker had uitgeworpen, herinnerde Don manuel den kapitein zijne belofte. Het treurig oogenblik was nu ge■ F 5 k0'