Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ito BESCHRIJVING VAN JAVA.

Ook de kusthandel van Java wordt meest ?edreven door Chinezen; door Bugis en dooi Arabieren" Java ontvangt, om weder uit te voeren naar Indië. China en Europa, van Banka,. goudltof, diamanten kamler, benfom en andere droogerijer,. eetbare vo^el' nesten, zeeflakken, rotting, was, fehiidpad- en ver\vhout van Barna en Sumatra; fandelhout en andere hjne houten, muskaatnoten en kruidnagels van de Molukken ; paarden en fapanhout van Jambana; kleederltoiten van Celcbes, peper van Bomeo. Koffij, fuiker en peper zijn inzonderheid de voortbrengfels, die Java uit zijnen eigenen fchoot naar het moederland verzendt. Rijst gaat naar As-Kaap, en naar de Moh:kken. Ten behoeve van Java's oorfnronkelijke bewoners moeten int Europa inzonderheid aangevoerd worde,, ijzer, daalkoper, gedrukte katoenen van een bijzonder Datroon en wollen doffen. Merkelijk veel aftrek vinden ook onder hen fluweel, glaswaien en wijn. De omgelegene eilanden ontvangen van Java rijst, wikken, zout, olie tabak, timmerhout, lndifche kleedwaren, koperwerk en vele minder beduidende goederen, ook wel, als er de gelegenheid gunfiig toe is, Ëuropefchd, Chinefcha en lndifche koopwaren. Acht of tien Chinéfche jonken, behalve eene menigte vaartuigen van andere namen, brengen jaarlijks naar Java thee, ruwe en verwerkte zijde, zoete waren, nankin, papier, gevernisde zonnefchermen en ijzeren potten. Doch het merkwaar, digfte vrachtgoed op elk. dier jonken zijn twee- tot vijfhonderd Chinezen, die met dezelve plagten over te komen, om zich in den beginne door eenen meer of minder zuren arbeid den kost te verfchaffen , doch allengs bij de fchranderhcid en den ondernemenden geest, die dit volk bijzonder gefchikt maken voor den koophandel, in aanzien en vermogen op te klimmen. Onder de waren , die de Chinéfche fchepen mede terugnemen zijn inzonderheid noemenswaardig de eetbare zwaluwennestjes , die door de Chinéfche weelde tegen zilver opgewogen worden. r . De Javanen omhelzen wel federt vierdehalf honderd jaren den Mahomedaanfchen Godsdienst, zij gelooven wel dat er maar dén God en dat mahomed zijn Profeet is, maar deze Godsdienst heeft hier minder dan elders de diep gewortelde gewoonten en gebruiken der voorouders kunnen verdringen, en men' is er in het alge.

meen

Sluiten