is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRIJVING VAN JAVA. UI

meen minder bekend met deszelfs leeringen. De Javanen zijn verdraagzamer dan vele andere Mahomedaanfche volken. Hunne Grooten maken geene zwarigheid wijn te gebruiken, en de onthouding van fterke dranken, in zoo verre deze plaats grijpt, is geen uitwerkfel van den Godsdienst. Er is ook bij fommige hunner Godsdienftige feesten niet dat gewoel en getier, waarmede dezelve in andere landen van Indië gevierd worden. De dorpspriesters zijn meest alle Javanen van geboorte ; hunne kleeding beftaat in een lang wit kleed en eenen tulband , en zij laten den baard groeijen. De opperpriesters , die in al de hoofdlieden gevonden worden, zijn Arabieren, of van Arabifche vaders geboren. De geheele menigte van priesters op Java zal wel 50000 bedragen.

Veel goeds laat zich van het karakter der Javanen zeggen. Hoewel er geene inrigtingen onder hen be» ftaan tot het aanleeren van wetenfchappen, zijn zij echter in het geheel niet misdeeld van natuurlijke fchranderheid en leerzaamheid, zij zijn fijn en fcherp van zintuigen, prompt in het waarnemen, en doorgaans juist in iemands karakter te beoordeelen. Zij zijn, even als andere Qoscerlingen, vurige beminnaars van de poëzij, en hun oor is regt gevoelig voor de toonkunst. Hoewel hunne krachten verlamd fchiinen door den invloed van hun klimaat en door verdrukking, betonnen zij nogtans bij gelegenheden veel volharding in werkzaamheid en veel trotiering van moeijelijkbeden. Geen arbeid vooral is hun te zwaar, geene berooving te fmartelijk, geene uitkomst te twijfelachtig, wanneer zij zich dcor Godsdienftige geestdrift aangevuurd gevoelen. De vod«trots, dien zij wel dégelijk bezitten, gaat niet gepaard met eene verachting van andere volken. Zij erkennen de meerderheid der Europeërs. De gedwongene taal en de onderdanige manieren, die zij jegens hunne Grooten gebruiken moeten, beperken hen in het mededeelen en uitbreiden van denkbeelden en gevoelens Zij fchtinen dikwijls achterhoudend en ftil; maar zij zijn inderdaad gezellig, vrolijk en goed van humeur.

Ligtaeloovigheicf hebben zij gemeen met andere weinig befchaafdc volken ; zij rekenen den eeneif dag veel gelukkiger dan den anderen, zien op de vlugt der vogels, en houden de uitbarffingen hunner vuurbergen voor teekens van ophanden zijnde volksrampen. In het beoordeelen van hun zedelijk karakter moet

men