Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

119

BESCHRIJVING VAN JAVA.

men de hoogere klasfen vooral van het gros des VölkS onderfcheiden. De laaiften mogen door de onderdrukkmg- die zij van de andere te lijden hebben, in hunne zedelijke waardij eenigzins verachterd zün; veel dieper hebben die Onderdrukkers hunne eigene "harten gewond door aan hunne driften den vrijen loop te laten, en men vindt waarlijk onder deze fclasfe van Javanen veel zedelijk bedorvene menfchen. Bn den landman daarentegen is alles natuurlijk, eenvoudig, opregt, en niets heeft welligt meer bijgedragen tot de zedelijke meerderheid van deze klasfe, dan haar vrijdom van de veel. wijverij, aan welke de Grooten overgegeven, de opvoeding hunner kinderen verwaarloozen, en de genoegens van eene betere huisfelijke verbindtenis ontberen.

Eendragt, weinig beleediging, flipte onderwerping aan hunne overigheid, hoo^e eerbied voor de asfene der voorvaders, en voor de grondftellingen en raadgevingen der ondervinding, hooge belangilelling in het welvaren van kinderen en zelfs van afwezige verwanten, al deze trekken herinneren ons in een Javaansch dorp zeer levendig aan den aartsvaderlijken toefland. Maar het huwelijk is in de oosen van den Javaan flechts eene overeenkomst, en de teedcre veredelende gevoelens, die hetzelve in de borst van brave Europeërs veroorzaakt, zijn hem onbekend. En evenwel is hij zeer jaloersch, vergevende * niet ligt het fchenden van zijne eer als echtgenoot. Deze is fchier de eenige krenking die zijnen wraaklust ontvlammen doet, en hij is anders niet lang haatdragend. Het is met zijne doorgaande tevredenheid en welwillendheid niet overeen te brengen, zoo min als met de hem te iaste gelegde ongevoeligheid, dat hij met afgunst of nijd het geluk van zijnen naasten befchouwen zou.

Zeldzaam is onder de Javanen het plegen van fnoode wanbedrijven, en aan de geweldenarijen der bandieten, die niet zelden de wegen onveilig maakten, is door gepaste maatregels der Engelfchen een einde gemaakt.

De Javaan is zeer gevoelig voor lof en fchande; magt en onderfcheidmg zijn ftreelende voor hem. Maar hij bezit met meer de hooge belangftelling van zijne voorvaders in den oorlogsroem, hetzij dit een uitwerkfel is van verdrukking, hetzij van zijn beftaan als landbouwer. Men bewondert thans meer zijne lijdende dapperheid, dan zijnen werkdadigen moed.

Pracht

Sluiten