is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13a db onberende te brachfeld.

die hij dra zou beheerfchen, naauvvkeurig te onderzoeken, en daarom de drie fteden van zijn fouverein rijk, op het onverwachtst, zelf te bezoeken. Hij had dus ook Brachjeld waar zijne tegenwoordigheid oud en jong op de ftraat deed komen, bezocht.

Fellner kwam, zonder iets te weten van de tegenwoordigheid van den prins, van eene wandeling terug, toen zijne hoogheid juist, met zijn gevolg, op zijne eigene voeten, de ftad doorwandelde. Naauwelijks zag zijne hoogheid onzen ambteloozen geleerden, die, zoodra hij de oorzaak van het bijeenzamelen van het volk had vernomen, vast langs de huizen der naauwe ftraten, ongemerkt, wilde we^fluipen, of hij vloog met den uitroep: ,, Om 's hemels wil!! hoe „ komt gij hier? lieve graaf!" naar hem toe, en drukte hem, in de tegenwoordigheid van de verwonderde aanfchouwers', aan zijnen vor celijken boezem.

Men kan zich gemakkelijk voorfrellen, welke verwondering oir in Brachfeld veroorzaakte, en hoe in het vervolg alle hoeden van de hoofden werden geligt voor fellner , al was men nog twintig fchreden van hem verwijderd; ook hoe vooral jeannette's boezem klopte, toen zij dit belangrijk nieuws vernam. De prins had na erhand wel aan den overfte, die denzelven zijne opwachting maakte, gezegd, dat hij zich in den perfoon had bedrogen, dat fellner geen graaf, maar alleen een verdienftelijk geleerde, met wiens tegenwoordigheid hii zijne goede ftad Brachfeld geluk wenschte, was. Doch had men niet gezien, dat de vreemdeling den prins, nadat hij denzelven zeer vertrouwelijk weder omarmd had, iets in het oor had geluisterd- en dat deze daarop, lagchende, om verfchooning had gevraagd? Was de prins met denzelven niet arm in arm verfcheidene ftraten doorgewandeld? Had hij denzelven niet bij zich ter maaltijd gehouden? En zou dit alles wel aan eenen geleerden te beurt zijn gevallen, dewijl, zoo lang de wereld heeft geftaan, geen derzelven, al ware hij ten volle van de oniterfeüjkheid zijner werken verzekerd, — zelfs niet eens door eene misvatting — zich over de omhelzing van eenen fouvereinen prins, en wel op de openbare itraat, heeft durven verheugen.

Dit geval had intusfchen de nieuwsgierigheid van jeannette zoo fteik gaande gemaakt, dat zij ailes in

he