is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 5

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fil8 OVER DEN OORSPRONG EN DEN VOORTGANG

hendrik skokal , die met eenen vaderlandfchen fchaapspels omhangen was.

Men leest hier en daar bij de ouden, dat de pelskleederen onder de Geten tot het vertoon van piacht behoord hebben, en door derzeivtr koningen, fhtatsdienaars en voorname ambtenaars gedragen geweest zijn. Dat de Romeinen dit gebruik van hunne overwinnaars weldra overgenomen hebben, doch niet zonder zich de billijke berisping van meer vaderlandlievende medeburgers op den hals te halen, blijkt uit het verwijt, door klaudianus gedaan aan rufinus, hoe zich deze niet fchaamde, Gerifche pelskleederea te dragen. Het verdient ook opmerking, dat de regtsgeleerden ulpianus en paulus de pelzen mede onder de kleederen rekenen , onder welke men dezelve vroeger niet opgegeven vindt. Acron, bkend door zijne verklaring van horatius, zegt, dat bij zijn' tijd de raadsheeren en de aanzienlijken, wanneer zij in hunne ambtskleedïng vertellenen, de kostbare buiteiilandfche pelzen droegen, en tertullianus fpreekt van de met pelterijen omzoomde vrouwenkieederen.

Op het einde van de vierde en in het begin van de vijfde eeuw werd zelfs de Gottifche kleederdragt, binnen Rome en het gebied dezer ftad, meermalen door de keizers verboden. De Gotten zelve waren aan dit verbod onderworpen, met bedreiging van eene geldboete voor hunne aanzienlijken, en van lijfllraf voor de in de meeste huizen aangenomene Gottifche bedienden. Maar naar het verhaal van synesius, die als een vriend van zijn vaderland, deze vreemde kleederdragten be. treurde, en als erge voorteeker.s belchouwde, dat de Gotten te eenigen tijde heerfchen zouden, verlchenen wel de voorname Gotten ten hove in Ro. meinsch gewaad, maar verwisfelden zij, te huis gekomen , hetzelve teriïond weder met " hunne nationale pelzen.

Weinig of geene berigten vindt men bij Grieken en Romeinen van eenen handel met pelterijen in vroegere eeuwen. Strabo noemt dezelve niet onder de koopwaren van Kokhis. Plinius is, zoo veel ik weet, de eenige, bij wien men ergens leest van veils n of pelzen door de Seres verzonden. De zoogenaamde Parthifche tn Babijlonifche huiden houde ik voor foorten van leder, en zoo men iets anders te verftaan hebbe

door