is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 6

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ftÖO KORT BERIGT NOPENS DE DRUÏDEN, BARDEN, SKALDEN,

kelijk opgefteld waren, al moesten zij ook honderde jaren alleen door het geheugen bewaard en overgebragt worden. De laatfte, de Mythologie, bezorgde hun eene eigene dichterlijke taal {Skald fkaparmal), die wel is waar in latere tijden in het onnatuurlijke en belagchelijke ontaardde, maar echter bij die vroegere dichters als eigen, natuurlijk fieraad bevalt, en het bevallige der nieuwheid ,en ware oorfpronkelijkheid met' zich brengt.

Zooveel van de Noordfche Skalden. De Angelfakfi. fche dichters en zangers werden in de middeleeuwen

MINSTRELS

genoemd. Deze naam van het Monniken Latijnsch woord Miniftellus afkomdig, beteekent volgens den eenen eenen kunftenaaï, volgens den anderen een' hofbeambte, en een derde zegt, dat het van het Engelfche woord MinJlrePs, zoo als men bij de Kathedrale kerk de kerkenbedienaars noemde, afgeleid moet worden. "Weliigt hebben alle drie ongelijk; maar de beide eerde beteekenisfen fchijnen nog het meeste met de zaak in te demmen.

De Minftrels waren in den beginne, toen de Angel-. fakfen nog den Godsdienst van odin beleden, on« derling verbondene dichters, die hunne eigene gezangen in de huizen der grooten en aanzienlijken bij de harp gingen zingen. Maar na de invoering des Christendoms begonnen de dichters zich van de zangeis af te zonderen. De dichtkunst verbreidde zich onder alle foorten van geleerden: de muz'nk daarentegen en het zingen van liederen, bepaal ie zich bij voortduring bij de Minflrels, die intusfchen even als te voren in verbinding leefden, rondtrokken en nu reeds niet meer hun eigen werk, fchoon er wel uitzonderingen waren, meer zongen, maar gezangen van andere dichters met zang en fpel uitvoerden. Zoowel in den Heidenfchefl als in den Christelijken tijd behielden zij, even als de Barden en Skalden., nog een zeker aanzien; hadden overal eenen vrijen toegang, reisden in hun ordensgewaad volkomen veilig, en konden zelfs zonder eenig gevaar naar een vijandelijk leger gaan.

Oii-