is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 7

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aoo waarom vervielen de beeldende kunsten

hoogfte volkomenheid, en de kunftenaar, die zijne belooning van de Godheid verwachtte, wiens beeldtenis hij zoo meesterlijk der algemeene vereering daarbood, die zelf, door vaderlandsliefde, deel nam aan de eer des helds, wien het gedenkteeken , door hem vervaardigd, naar den wensch zijner medeburgers, voor de hun bewezene dienften beloonde, werd reeds hierdoor tot eene eigenlijke hoogere fpanning van den geest gebragt. Zelfs de opvoeding van de Grieken moest zeer voordeelig op de vorming van den kunftenaar werken. Zijne verbeeldingskracht werd van der jeugd af aan, door het openlijk voordragen der vaderlandfche gedichten , opgewekt, het beeld der helden en goden van homerus zweefde van der jeugd af aan voor zijne ziel. Hij zag in de worftelperken, bij de ligcbaamsoefeningen der naakte kampvechters, het fpel der fpieren, de uitdrukking der hartstogten, en had deswege eene oefenfcbool , welke allen lateren kunftenaren ontbrak. Griekenlands ftaatsgefteldheid zelve kweekte en bezielde de kunftenaars. Elke kleine ftaat was grootsch er op, beroemde mannen, als veldheeren, wijsgeeren, dichters en kunftenaars aan Griekenland gefchonken te hebben; een edele wedijver werd een nieuwe fpoorflag, om mede te werken tot den luister zijns vaderlands, en de toejuiching van geheel Griekenland beloonde den n;an, die zich tot zulk eenen trap verheven had.

Rome hoopte, daar het de wereld overwon, ook alle fchatten der kunst in zijne muren op. Bij de gemakkelijkheid, met welke de Romein onmetelijke geldibmmen van de onderworpene ftaten afperfte, konde hij den kunftenaar, die zijne ijdelheid bevredigde, voor de hem geleverde kunstwerken vorftelijk beloonen. De kunst bedelde derhalve nooit om brood, en bij de menigte rijke Romeinen ontbrak het den talentvollen kunftenaar nooit aan gewin. Daar Rome geen' koophandel bezat, maar Hechts altoos de fchatten der overwonnen volken tot zich trok, en daar bij deze de icheepvaart, de koophandel en aanmerkelijke grondeigendommen toch altijd weder riike bronnen van winst voor bijzondere perfonen werden, zoo bleef zelfs in de wingewesten, op welke de geest der hoofdftad werkte, en waar men de derwaarts gefleepte kunstftukken toch weder vergoed wenschte, ook de inlandfche kunftenaar niet zonder werk en zonder verdienden.

Het

V