Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DEN TOEKOMENDEN STAAT , NA DIT LEVEN. 349

„ zij, en het geweld des tijds verdurende, om te „ ecnigen dage, een werktuigelijk ligchaam te worden? „ dat deze overblijvende ftoffe, die kiem of het zaad is , „ hetwelk de Apostel paulus bedoelt, in zijne ver„ gelijking van het in de aarde geworpene graan , het„ welk, te zijnen tijde, als weder opgewekt wordt, „ om nieuwe granen voort te brengen. Dat die kiem of „ dat zW, als het grondbeginfel van het toekomende le„ ven, echter door het misfen, van eenige noodza„ kelijke deelen, rustende, en zonder werking, als in „ eenen flaap, of bewusteloosheid blijft tot den dag der „ algemeene opftanding, en alsdan, met andere deelen „ vereenigd, waaraan bij ó- Kopftanding, leven en bes, weging, is gefchonken, dan weder andermaal tot „ werkzaamheid, van denken en willen, kan gefchikt zijn, „ en dat dan de mensch het werk weder opvat, waar „ hij het, alhier, gelaten heeft. Dit gevoelen, zeggen „ zij verder, is beter te bevatten, dan die fteiling, dat „ er, na den dood, een onftoffelijk wezen zou over„ blijven, hetwelk, fchoon, door het affterven van het „ ligchaam, ook alle ligchamelijke zintuigen hebbende af„ gelegd, echter zou voortgaan, met denken en werkzaam zijn, vatbaar voor verkeering, met andere wes, zens, wederkeerige kennelijkheid, vatbaar voor ge„ noegens,jenz. Dit is veel onbegrijpelijker, en van 200 „ iets, of derzelver werking, zonder ligchaam, en dus „ ook , zonder zintuigen, hebben wij, of kunnen wij , „ in het geheel, geen denkbeeld maken, dus is er „ ook geene ongerijmdheid, in te ftellen, dat de mensch „ dien tusfehenftaat van fterven en wederopwekking, „ als in eenen flaap, of bewusteloosheid, doorbrengt; „ en tot dat denkbeeld geeft de- Heilige Schrift ook xeer „ veel aanleiding. Als, daar van de vromen gelegd wordt, „ als zij geftorven zijn, ,, dat ze rusten op hunne ,, flaapfteden, rustende van hunnen arbeid." „ Ook „ als een ftaat van rust en ftüte, alwaar de godde„ „ loozen ophouden, van beroeringen en kwellingen, „ „ en daar de regtvaardigen God niet kunnen prijzen." „ Bij de opwekking van lazards , zegt de Zaligmaker ,, zelf: „ Onze vriend lazarus (laapt.^ Ook dient het, zeggen zij, tot onze bijzondere opmerking, dat „ er, in de Heilige Schrift , nooit gefproken wordt „ van eene opftanding des ligchaams, maar altoos, van

n eenc

Sluiten