is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 9

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FRAGMENTEN Uit MATTHISSONS erinnerungen. 421

fiemraingen. De anders ernftige man kon zijn tomben niet bedwingen, toen ik hem verhaalde de grappige afipraak», die ik te Nyon met bonstetten gemaakt had, tut wie van ons beiden niet om den anderen dbg eenen lierzang van horatius van buiten geleerd, hid, zonder genade het ontbijt misfen zou. „Bravo, mijn vriend!" zeioe hierop de grijsaard, „ maar nu ook dadelijk eens Voor my opgezegd Ède Ode aan Meimus, en dat wel zonder haperen, of het gaat te Gcnihod met het avondeten, als tz 'Nyon met het ombijt."

Bij zijne zuivere vaderlandsliefde kon het niet anders, of de nu geilegene, dan weder gedaalde ftaat van dat gemeenebest moesten zijn hart beurtelings met de Ievendigfte vreugd en met den bitterften rouw vervullen. Jiens met my de muren van Gerieve naderende, riep niJ' zijne item verheffende en met tranen in zijn oog, met den itervenden scarpe uit: Esto-perpetua '

Ik vond onder zijne ongedrukte gefchriften zijnen zoogenoemden droom , over de hoop op het wederzien en Herkennen van beminde voorwerpen in een volgend leven , vertoonende eene zoo (route eu wél voigehoudene Vlugt van denkbeelden, dat er het oog van den twijfelenden door verhelderd, en zijn gemoed met de ^ezesr. ue hoop vervuld wordt.

Dit voortreffelijke gefchrift was eigenlijk Teri°-t tot bonnet's vertrouwden en meest beminden vriend, zijnen dorpspredikant benelles , met wien hij gedurende eene halve eeuw op het naauwst verbonden geweest was, eu dien hij evenwel nog eenige jaren overleven moest.

Bona'et's echtgenoote, gefproten uit het gedacht de *a rive , was dien edelen man volkomen waardij?. Zij werd al kort na hare echtverbindtenis ziekelijk, en bleef jj't tot aan haren dood. Maar de kracht van hare ziel en haar moed (taken uit boven hare ligchamelijke zwak"«ld. Zij bezat een gelaat vol adel en uitdrukking, een ^uitterend helder en geestrijk oog, en zij had eene jneesteiiijke manier van verhalen. Daar zij zich wegens «are ongefreldheid beftendig op haar leger houden z°est, trachtte zij het dagehjksch tooneel van haar lijaen, üo veej mogeiijij^ door eguigé fraaije voorwerpen uk natuur en de kunst te vervrolijken. Naast haar la(L ' ,°P zijden kusfens, vier aardige Bolognefer hondj s. \vat verder zaten een paar infeparables, in eene Dd 3 fier-