is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 9

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4.5.8 wir ïs pr baas ?

Zie, antwoordde de Man Gods, uwe fmatt ett uW^ vreugd lokten uit deze harp hemelfche klanken e11, ' zielden de fnaren. Zoo vorme leed en vreugd uW " en leven tot eene hemelfche harp.

Toen rigtte zich david op, en fpeelde op het f°aa, tuig.

wie is de baas?

Wat kan men toch fomtijds met malle en las11? menfehen gebruid zijn. Ik zal hiervan een jend voorbeeld geven, door de mededeeling van e gefprek, onlangs door mij met eene perfone van de » dere fekfe gevoerd,

eene vrouw.

Wie is de baas ?

ik.

Wel wie zou de baas wezen, wie anders dan M' die de magt in handen heeft?

eene vrouw.

Wie heeft de magt in handen?

ik.

De wetgever.

eene vrouw. e Indien dat waar zij, dan is vader willem niet ofl* baas, maar wel de Korfikaan buonaparte , want hij 1' fchoon onze goede koning den llhepter al voert, 1 beden toe onze Wetgever en dus onze Baas geweest gebleven.

Met al mijne wijsheid en geleerdheid flopte het 01 wijf mij den mond digt toe, want zij had den ipü^1^ 'den kop getroffen , en zelfs geen enkel woord» naar wederlegging of tegenfpraak zweemde, kon )K ^ gen haar zeggen. Ik moest haar in mijn hart geÜJ* ■ ven, daar mijn gezond menfehenverftand het haa zeide: die de wet geeft is de baas» j^-t