is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 9

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BISSCHOPPELIJK GEBRUIK VAN DEN bijbel. 429

Dit gefprek intusfchen (fecit indignaüo verfutn) zeggen de Heeren Geleerden, en die fpreken Latijn; en §een Fransch, en Latijn wil altijd verduischt worden) *>tf aanleiding tot het volgend

r ij m p J e.

Wat baat het dat uw' ketenfchalmen Niet langer prangen hand en palmen,

Van elk gevloekte Korfikaan! Daar wij , na 't heerlijkst jukverpletten , Toch in de kluist'ren uwer wetten,

Schoon vkij en Nederlanders, gaan?

— i nj!jB-r= }

bisschoppelijk gebruik van den bijbel.

I^oen de bisfehop franciscus ego van forsten* .1 berg 5 lodewijk den XIV, koning van franknjk, ^ de Domkerk * Straatsburg - welke aan de LuterHen ontnomen en aan de Roomschgezmden ingeruimd ^as, verwellekomde, deed hij dit met deze woorden : "« laat gij, Heer! uwen dienstknecht gaan m vrede *>aar mv woord, want mijne oogen hebben uwe zaligheid

§Men kent uit het Evangelie den vromen grijsaard, ö'e deze taal voerde, en weet op wien zijn uitroep, ï°l verrukking, doelde; maar zou er we ergenss een ^eede voorbeeld voorhanden zijn, dat het Evangelie °oit, door eenen geestelijken, tot gruwelijker vleijertj 0tldieiligd geworden is?

lijk»

I