is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

492 psychologie des christendoms.

blikken zijns levens uitte, — jegens vijanden en vrienden, jegens Satanlche, verblinde, verleide, gelijk je* gens zwakke goede menfchen; indien dit wezen als ' een mensch gevoelde, verdroeg en leed; als een 'mensch verzocht werd, maar alle verzoeking overwon; indien wij hetzelve in de verfchillendde toeftan* den, onder de verfcheidei de menfchen, zich zelf al" toos gelijk zien; wijsheid, kracht en liefde in hetfchoonst verband; indien dit wezen zich eeniglijk daar* mede bezig hield, ellenden weg te nemen, lasten tc verligten, vreugde te fchenken, te troosten, te ver* fterken, te bemoedigen, behoeften te bevredigen, vatt welken aard dezelve ook zijn mogten voor iedereen» die zich' tot hem wendde; indien "het herhaalde male'1 en ftellig beloofde, alle ellende zoo weg te nemen, aHe bczwaarnisfen zoo te verligten, alle ter nëdérgeboge<$| zoo te troosten, te verfterken, gerust te dellen, afê men velen door het woord zijner magt getroost, ge' fterkt, gerustgéftèld zag; indien dit wezen nu ut ofls zeide: ,, Ziet, zoo is God! Zoo is uw hemtlfc# Vader! — Die mij gezien heeft, die heeft hem ge' zien." Zeg mij, was het naar den aard der menfche* lijke natuur mogelijk, dat de Godheid ons nader ko* men kon? Kon zij o:s beminnenswaardiger en teven5 meer als Godheid verfebiinen? Kon zij "zich in naaf wer verband dellen met ons hart, zonder daardoor van hare, verhevene grootheid te verliezen ? Is er een middel uit te denken, waardoor het eigenlijke doel van aH£ Godskennis, namelijk vertrouwen, eerbied eii dankbaar* beid in het menfchelijk hart te grondvesten, zekerde"" bereikt wierde? Tot befpiegelingen en haarkloverijen over Gods natuur en wezen mag dan de wijsbegeertf goed zijn, maar om ons hart te doen belang dellen in de Godheid,'om te bewerken, dat wij eenen God bezitten, zoo als de zoo veel behoevende en zoo wein'? hebbende menschheid denze'ven noodig heeft; dit kan Christus alleen ons fchenken. ,, Niemand heeft ooit God gezien; niemand iets klaar en duidelijk aanfc!iou' welijk van hem erkend, de eeniggeboren Zoon, die P den fchoQt des Vaders was, t- hij alleen, heeft ons hem verklaard."

Verfchoon de lengte van mijnen brief. Wie kan uit> fcheiden, wanneer van" den Eenigen gefproken wordt, over welke men nooit genoeg Ipreken en fchrijven

kan?