is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

496 PSYCHOLOGIE DES CHRISTENDOMS.

een werktuig, een perpetuum mobile, een astronomisch uurwerk zijn, hetwelk men nooit behoeft op te wl * den? Waarom? vraag ik. Hebben wij dan altoos vooruit gezien, wat met de wijsheid Gods overeenkom* ftig is. en hebben wij daarin nooit gedwaald? Zouden wij de Franfche omwenteling met hare affchuweujK" heid, de dwingelandij met de mom der vrijheid, en d dwingelandij zonder vermomming, ook overeeiikornl11» geacht hebben met de wijsheid Gods, voor dat dezelve beleefden? Wij zouden waarfchijnlijk niet zö° vele menfchen hebben laten guillotineren, funderen» niet zoo vele Republikeinfche huwelijken gefmeed heb* ben; en toch was het met Gods wijsheid overeenkorn* ftig het ten minfte toe te laten, omdat het gebeurdeHoe? indien de vrije werking Gods op het werktuige' lijke der natuur bij vele gelegenheden, juist met df wijsheid Gods overeenkomfiig ware? Indien de ScheP' per des heelals juist daardoor toonen wilde, dat hij m wereld vrij regeerde, dat bij een rad uit het werktU'o nemen , eene veer er in plaatfen kon, ter bereiking va" een zeker doel, en dat het daardoor des te geregeld^ liep ? Of zou een beftuurder minder wijs zijn, omdat hij voor zich de magt behield, naar vereisch van orfl' Handigheden bijzondere inrigtingen driór te Hellen, fop1' mige menfchen buitengewoon te onderfteunen; zelfs iftjj dien dit reeds oorfpronkelijk in zijn ontwerp van be' ftuiir gelegen was? ' ,, Wonderen zouden tegen de wetten -der natuur zijn." Weten wij dan , of niet eeflj menigte veranderingen in de wereld onmerkbaar doO' hoogere wezens bewerkt worden? Laten zich alle ze' tlelijlte onweders altoos even zoo werktuigelijk verkla* ren, als de natuurlijke; alle zedelijke uitbarllingen zogoed , als die van den 'Vefuvius of JEtna ? ik voo mij meende, dat wij, juist doot hetgeen", wat wij De" leefd hebben, zoo befcheiden zouden geworden zijn» dat wij niet meer bepalen wilden, wat al of niet me Gods wijsheid overeenkomfiig zij.

En — hetgeen nog eene hoofdzaak is — weten ^ dan zoo zeker, dat de wonderen van jezus en zij", gezanten, tegen de wetten der natuur ftrijden ? kennen op verre na de ganfche natuur niet, zelfs n'e eens de wetten der zigtbare. Voor men den aard vaI* den magneet kende, zou men het ook als ïtrijdi'? llie de wetten der natuur geacht hebben, dat een zeJrfrt