is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5C0 EENIGE GESCHIEDKUNDIGE BEDENKINGEN

heeft ook de juiste opvatting van dit woord opgeleverd, bij het, federthet herllel der letteren en tot op heden toe, met bitterheid gevoerde en voortgezette geding, 01 namelijk de Ouden in vernuft, en in kennis der kunften en wetenfchappen den voorrang verdienden, dan of het de nieuweren zijn, dien in het rijk der geleerdheid en in alle vakken van menfchelijke kennis den palmtak der overwinning toekomt. De aan mij vergunde tijd efl plaats gedoogen niet, dat ik i ftukswijze al de bewijze11 ophale en in overweging brenge, welke van beide zijden in dezen ftrijd geopperd zijn. — Dit ■ voorzeker is niet te ontkennen, dat men van weerskanten meer met hartstogt en drift, dan met koele waardering der be» wijspunten, meer foms met invecüves dan met grori* dige geleerdheid of ook waarheidsliefde in het ftrijd* perk is getreden, tot dat er eindelijk mannen opge' treden zijn, verheven boven alle partijdigheid, en vreemd van al die kleine nietige belangen , (doO* welke de ftrijders van beide zijden zich maar al te laO" gen tijd hadden laten beheerfchen) mannen (*), die d* gefchiedenis der letteren, der kunften en wetenfchap* pen, met oordeelkundige onpartijdigheid beoefenende, het gefchil in dezer voege uitmaakten, dat zij aan de Ouden de overwinning toekenden in zoodanige wetenfchappen» welke uit de opene en algemeene bronnen van 's meö' fchen verftand en hart moeten geput worden, en alleeI1 door de kloekheid en vatbaarheid van ons vernuft tot volmaaktheid kunnen of ook wel moeten gebragt wor' den; edoch aan de hedendaagfche tijden den palmtak toewezen, in die kundigheden, welke door langdurig13 waarnemingen, uit de binnenlte fchuilhoeken der zigt* bare natuur, niet dan door eene lange reeks van proef' nemingen opgedolven en, om zoo te fpreken, uitge' graven moeten worden (+).

Hief'

onbegrensde woede van de eerde en de groote beleefdh^ van den laaclten, niet zeer ten voordeele van de befchaan1* fceid dier geleerde dochter van tanaquillus faber fprekef'

(*) zoo als gesner, rühnkenius, ernesti en heyne'

(f) Vergelijk hier de Laudatio grotii, van onzen beroet' den Undgenoot Mr. n. c. cras, P. 16, 18, 32.