is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 13

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6o6 IETS OVER HET ALTAAR'STUK VAN DANTZIG.

keerd aan elkander is gebonden, vereenigd en toch gefcheiden, door den duivel in de vlammen geftort wordt, de kramptrekkingen der vertwijfeling, het gillend lagchen der zinneloosheid, dat de ziel ontwaart,-de dooditrijd, waarop geen fterven volgt, het magteloos worftelen der ellendigen tegen de duivelfche magten, de zuiver zinnelijk vertoonde voorftelling, welke toch evenwel de ziel doet fiderden, vorderen verwondering, buiten en behalve de kunst, welke de kunftenaar in de voortreffelijke groep, de teekening van naakte gedaanten, heeft aangewend, en de waarheid in gebaren, ftelling, verw, en de uitmuntende uitvoering van alle beftaandeelen en bijzaken, welke niet fikfcher noch uitmuntender kunnen gefchilderd worden. De verdoemden ftorten van eene onmetelijke hoogte in eene grondelooze diepte, dit is op het beperkte ruim voor het oog voelbaar, en een overvloed van voorftellingen ontwikkelt zich in den klein getrokken kring.

Bevredigend wenkt, op den regter vleugel, ons toe de goud- en bloemenpracht des hemels, met muzijferende Engelen op de tinnen der heilige ftad, welke als witte kerkgewelven in den eeuwigen glans uitfteken, verfierd met honderdvoudige vrome vertooningen. Rozen en leliën regenen uit de handjes van vrolijk lagchende Engeltjes op de gezaligden neder. Het dikwerf herhaald lïeraad aan de torens is de lelie, en de gedaante van het viervoudig klaverblad. De afbeeldingen boven de poort zijn zinrijk en fchoon; het fpits van het portaal draagt een bas reliëf, God den Vader, die eva uit eene ribbe fchiep. Beneden wandelen de zaligen in de lichtende gewelven in den glans der vreug. de, Engelen bekleeden en verfieren hen zeer prachtig, en onder hunne treden ontfpruiten fchoone bloemen. Het licht van boven breekt zich in veelkleurige ftralen op de menigte van edelgefteente en parelen tusfehen de rotsftukken, ook fchemeren door de kristallen trappen koralen, fafheren, amethisten en robijnen door; ranke bloemltruiken fchieten omhoog. De H; petrus verwelkomt de aankomelingen met een opregten handendruk. De bloeijende wangen der verheerlijkten, hunne golvende lokken, de heldere blikken, de bevalligheid en zedigheid der gebaren, het kuifche in hei naakte, de geheele befchouwing van zalige vrolijkheid verzoent ons met de ijsfelijkheden der hel daar tegen over.

De