is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 15

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6$Z OVER DE BOOMEN

zich met zijnen pligt te bemoeijen uit louteren dwang, en God te dienen uit liefde tot dat Wezen met wel» gevallen en met vreugde. ,, God woont in dhns ge-

dachten als een Weldoener, en .Vader, naar wiens ,p ftemme hij met ,vreugde luistert. Onder de voorval* ,, len des levens ontfluit zich eigenaardig zijn gemoed

voor de bewondering van zijne wijsheid, de eerbie* „ diging van zijne magt, de liefde van zijne alles te ,, boven gaande goedheid." (*) Ziedaar het echt ka» rakter van den aanhanger van. jezus, verre verheven boven den man, die flechts de verbindtenis des pligts bezielt, of die fiechts doet, hetgeen, wat hem bevolen ij* — En zou zulk eene Godvruchtige gemoedsgeftalte in het oog van den Wereldregter geene verdiende , geene waarde bezitten??

O Blair, Leerr, III D. Bladz. do.

over de boomen in betrekking tot de gedaante der landschappen.

De gedaante van een landfchap hangt voor een groot gedeelte af van de meerdere of mindere aanwezig» heid van boomen in hetzelve, van derzelver verfchillenden vorm, grootte, en ftandplaats, naar gelange van de verfehillende ïuchts- en grondsgefteldheid, en eindelijk van hunne z^mengroeijing in geheele bosfchen, in lanen, of in bijzondere groepen. Van welke andere voorwerpen bedient zich de natuur, vooral in een vlak land, op eene zoo uitflekende, in het oog vallende, wijze, tot daarftelling van hare verfcheidenheid, als van de boomen? Anders toch wordt het gemoed geftemd onder den rijzigen altijd groenen denneboom, dan onder den Ilatigen digt begroeiden eik; anders onder het gegons van de wakkere bijen in het bloeijend lindenloof, dan aan de oevers'der beken, die met ligt bewogene populieren of wilgen bewasfen zijn. Andere •gewaarwordingen heeft men onder boomen, die alleen

ge-