is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 15

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fo6 DE EILQZOOF.

plaats. Daar zat, aan den ingang van hare tent, eene jonge, vrolijke vrouw, die hem vriendelijk groette, en hem gastvrij noodigde, om bij haar uit te rusten. Hij had zich naauwelijks nedergezet, hare geltalte, haren blik, de eenzame tent, het tapijt en de kusfens befchouwd, of hij werd voor het ftelfel zijner wijsheid beducht. Hij nam dus zijne toevlugt tot het boek, floeg de oogen niet verder op, en las aandachtig voort.

Dat is zeker een voortreffelijk boek," zeide de Arabifche vrouw., ,, daar het u zoo geheel wegfleept?" — „ Zeer zeker," gaf de filozoof tot antwoord, „het be,, vat geheimen,"— „die gij mij niet openbaren wilt," viel hem de vrouw op eenen van die toonen in de rede, met welke al de fnaren van een manshart geroerd wor. den. „ Nu — het bevat," antwoordde hij, „ eene volledige lijst van al de kunftige treken van flimme ,, vrouwen, welke u niet behagen zal, naardien gij er „ niets nieuws uit leeren zult." De Arabiiche vrouw vond dit zeer kluchtig. „ En zijt gij zeker," vraagde zij, „dat alle kunstftukken daarin zijn?" Schertfenderwijze werd dit gefprek vrijer; de filozoof vergat zijn boek; en hij werd teeder, ftout en dringend — de dame zachter, fprakeloozer; en het had erg genoeg kunnen afloopen— toen zij haren man op het veld zag aankomen. '„O!" riep zij, „wij zijn verloren! red mij! „ mijn man vermoordt ons beiden. Om des profeets ,, wil, verberg u fpoedig in deze kas!" — De filozoof bedacht zich niet lang, kroop er in, en zij floot de kas zorgvuldig digt. Hierop ging zij haren man te gemoet. — „Gij komt," zeide zij, „juist op den regten „ tijd. Er heeft mij een vreemdeling bezocht, een wijs „ man, gelijk het in den beginne fcheen, die een ge» „ heel boek gefchreven heeft, hetwelk over vrouwen» „ ftreken handelt. Maar eindelijk werd hij zeer verme. „ tel en fprak mij van liefde." — Men verbeelde zich de woede van den Arabier. Maar wie befchrijft den angst van den filozoof, die, fmeltende in doodzweet, eik woord als eenen dolkfteek gevoelde! „ Waar is _de „ ongelukkige ? " riep de man, „ opdat hij door mijne

„ hand lterve!" ,, Hier in deze kas," zeide de

vrouw, en gaf hem den fleutel over. Maar terwijl hij naar de kas Hoof, hief zij een luid gelach aan. Ge„ wonnen! gewonnen!" riep zij onder een beftendig* lagchen. „ Aanftonds de weddenfchap betaald! Hebt

»» 81)