Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

734 wetenswaardigheden betreffende

„ Ben ik dan priester ?" zeide santeuil. „ Hoe ! " hernam de dame, zeer verwonderd , „ en waarom hebt gij mijne biecht dan aangehoord?" En waarom hebt gij tot mij gefproken?" vraagde santeuil. „ Ik ga mij hier over aan uwen prior beklagen," voegde de vrouw er bij. „ En ik alles aan uwen man vertellen," hervatte santeuil.

Een abt, een man van aanzien en verdienden, zich niet zeer ingenomen met eenige verzen , hem door santeuil voorgelezen, getoond hebbende, zeide hem de dichter zeer onaangename dingen. Des anderen daags zond de abt, om het verdriet te vergoeden , dat hij veroorzaakt had, hem tien piflolen. Santeuil, dit geld ontvangende, zeide tot den knecht, die het bragt: „ gij moet aan uwen heer zeggen, dat ik kwaad ben dat ik hem enkel beleedigende woorden gezegd heb, en dat ik, op eenen anderen tijd, hem zal liaan, omdat hij, zonder twijfel, mij dan nog veel meer geld zenden zal."

Iemand vraagde aan santeuil, waarom de fchoone vrouwen gewoonlijk minder geest dan de leeüjke vrou* wen hadden. ., Het komt," antwoordde hij, „ omdat de laatften gedurig iemand zoeken, die haar het ver, fland opfcherpt, terwijl de anderen degenen fchuwen, die dit haar zouden willen doen."

Een zeker edelman beklaagde zich aan een' procureur van Parijs, dat een monnik hem bedrogen had. ,, Moe \ mijnheer!" zeide santeuil, bij dit gefprek tegenwoordig zijnde, tot hem, „ kent een man van uwen ouderdom de monniken niet? Er zijn vier dingen in de wereld," vervolgde hij, „voor welke men zich wachten moet: voor het aangezigt van eene vrouw, het achterfre van een' muilezel, voor de zijde van eene kar, doch voor een' monnik aan alle kanten."

De heer D., die over santeuil niet wel tevreden was, zond hem twee groote flesfehen met pis. met een weinig welriekend vocht boven op, om er eenigeri geur aan te geven. Men ftelde hem dien ter hand varj wege den postlooper van Montpellier, en hij vereerde twee kroonen aan den brenger. Eenige dagen daarna . ' wil-

Sluiten