is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

psychologie des christèndöms.

u niet voordellen kunt, dat jezus baar, vóór dat die groote liefde in haar ontwaakte, en dus vóór dat hare betere gezindheid zich ook uiterlijk vertoonde, vergiffenis zou toegezegd hebben. Ik moet u echter zeggen, hoe het ook zij, en hoe jezus ook te verdedigen zijn moge, dat het in het verhaal zelf andets voorkomt. Jezus heeft haar niet vergeven, omdat zij hem lief had; maar zij had hem lief', omdat hij haar vergeven, haar geweten gerust gefield had. De vergiffenis was niet het gevolg, maar de oorzaak harer liefde. Lees het verhaal nog eens, en uw juist oordeel zal u hiervan overtuigen. Ook kon het alienthalve heeten , zoo als ook . luther (en de onzen) vertaald hebben: „ hare zonden zijn haar vergeven, die vele waren, want zij heeft veel lief gehad," alsof de liefde tót jezus de oorzaak van de vergiffenis harer zonde geweest ware; maar het terdond daarop volgende wederlegt, zelfs naar luthers (en ook onze Nederduitfche} vertaling, dezen zin; want daar zegt jezus: „ maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief." Hier wordt duidelijk de vergiffenis als oorzaak der meerdere of mindere liefde opgegeven; ook de gelijkenis , die jezus aan den Farizeê'r voorftelde, bewijst het ontegenfprekelijk. Het kwijtfchelden der fchuld aan de twee fchuldenaren was blijkbaar voorafgegaan, vóór dat dankbaarheid volgen kon. Hij, wien het meest was kwijtge* fcholden, gevoelde meer dankbaarheid, naardien hem meer was kwijtgefcholden. Zijne dankbaardere gezindheid jegens den Heer bepaalde zich naar de weldaad, niet de weldaad naar deze gezindheid. De achting, welke de Parizeer aan jez<js betoonde, was, naar de Wijze van voordellen van dezen onwederlegbaren leermeester, daarom zoo veel minder te fchatten, dan die, welke de vrouw hem betoonde, omdat er geene weldaad van Jezus was voorafgegaan, of liever omdat hij voor het ontvangen van zulk eene weldaad, in zijne, aan zich zelve genoeg hebbende, trotschheid, onvatbaar was.

Deze neiging is ook Volkomen mer den aard der Christelijke betering overeenkomdig. Liefde tot jezus immers kan niet vóór het geloof aan hem ontdaan, Want juist het geloof aan liefde, aan de hoogde liefde in jezus, wekt eerst wederliefde op, Wij komen Jezus met onze liefde niet te gemoet, maar hij ons. „ Hierin is de liefde; niet, dat wij God lief gehad

heb-