is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IS waarnemingen, proeven en gedachten

ligchaampjes, van de grootte eens fpeldeknops, die met Viettingjes van uiterlijk drie duimen lengte aan elkander hingen, en een bleek phosphoriek licht om zich heen fpreidden. Als gemelde heer zijne hand in dit water ftaU, vond hij dezelve, bij het uittrekken, bedekt met verfcheidene dier lichtende kettingjes. Ondef het van elkander fcheiden der vingers raakten de kettingjes los, maar als de vingers weder zamengebragt werden, zag men ook de lichtbolletjes weder als kwikzilver aan elkander fluiten. De doorschijnendheid van deze ligchaampjes was zoo groot, dat men dezelve niet onderkennen kon, wanneer de hand zelve verlicht was. De heer langstaf genoot dit vreemde fchouwfpel in twee nachten. Bij het doorfchijnen van de maan nam de zee weder hare gewone donkere kleur aan, en vertoonde de» zelve duidelijk, even' als op andere tijden , flikkerende punten. Niemand van het fcheepsvolk had ooit het eerstgemelde verfchijnfel gezien, hoewel verfcheidene onder die manfchap reeds twee of driemaal de, aarde rondgevaren hadden.

Een van de beide zeefcbepf ls, aan welke de heer jsanks het ongewone fterke en op vele plaatfen aan den blikfem gelijkvormige licht der zee op zijnèn togt van Madera naar Rio de Janeiro toegefchreven heeft, was eene foort van kreeft, aan welke hij den bijnaam Van de glinflerende heeft gegeven (cancer fulgens,~) Dit fchaaliniekt had wel eenige overeenkomst met de gewone garnaal (cancer fquilta,) doch was op verre na zoo groot niet als 'deze, namelijk ongeveer 7 lijnen lang, en met vele haartjes aan de pooten bezet. Het licht, dat hetzelve uitgeeft, fchijnt op eene gelijkmatige wijze uit al de deelen van het ligchaam voort te komen, en bézit eenen flerken glans. Het tweede dier, dat de heer banks destijds voor de oorzaak van het lichten der zee hield, was eene Medufa of Kwal, zeer zonderling gevormd, gelijk meer andere fchepfels van dit gedacht. Deszelfs algemeene gedaante is, als bij meer kwallen, die van een zonnefcherm, of, zoo men eene nog juistere vergelijking wil, van eenen half doorfchijnenden champignon. Dat fcherm heeft ongeveer 6 duim in middellijn, en eene menigte donkere ftrepen, die uit deszelfs middelpunt naar den omtrek loopen; de rand van het fcherm is in lappen of kwabben

ver-