is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ft 3 over de kunst van vér.welkte bloemen

Na verloop van eenige uren begonnen zich de bloemen, die in het heete water geStaan hadden, op te risten, en zij rezen eindelijk geheel omhoog; de bladen verloren hunne rimpels, en werden-weder gevuld en groen; de bloemen openden zich, kregen \u: ne natuurlijke kleuren weder, en behielden nug eenen gehéél en dag dezen fleur. De andere daarentegen, die in koud water ge^ plaatst geworden waren, hadden bijna geene merkelijke verandering ondergaan.

Deze proef gelukte mij even zoo fnel, wanneer ik er chemisch gezuiverd of gedestilleerd kokend water toe gebruikte.

ik wil, hetgeen, wat ik met weinige woorden zal bijbrengen, over de oorzaak dezer werking, g enszins doen gelden als eene voldoende en onverbeterlijke verklaring yan dezelve. Naar het mij toefchijnt, worden de varen der planten, die gedurende de verdrooging of verwelking zamengefchrompeld zijn, door de hitte van het pas gekookt hebbend water uitgezet en geopend. Het allengs verkoelende water dringt in de open gemaakte poren, en geeft, door eene laatfte opklimming in de plant, het leven nog voor eenige dagen aan bloem en blad terug.

Dat reeds de warmte op zich 'zelve, en bij gevolg de -uitzetting, in ftaat zij tot eene zoo weldadige werking, WÜ men ontdekt hebben door het opluiken van bloemen, wier (telen-meu bij eene brandende kaars- of ander licht hield, en hierop in koud water (lelde. Ook deze proef heb ik, hoewel op eene minder in het oog vallende wijze, dan de vorige, bevestigd gevonden, ik nam eene malvabloem, die eenen dag in de lucht gelegen had, en hield het eind van deszelfs fleel, ter lengte van ongeveer een' duim, zoolang boven eenig ko« lenvtiur, tot dat dit gedeelte van den bloemiteel verkooki was, en plaatfte de bloem hierop terftond in koud water. Na verloop van eenige uren vertoonde zich dezelve veel frisfeher en febeonet, dan eene an«i dere m-.de verwelkte maiva, die ik te zelfden tijde, zonder voorafgaande verkoling,, in koud water gebragt had.

Kolbe verhaalt, dat de Kaapfche volkplantelingen in het eerst geene wijnftokken aan het groeijen konden krijgen; maar dat hun dit boven alle verwachting gelukte, iedert dat zij, op de aanwijzing van zekeren Duitfcher, begon-