is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IETS OVER DEN TURF.

25

te lande nut kunnen trekken ? —— Vele arme Chinezen winnen meer of min hunnen kost, door moerasfige aarde met kolenftof te mengen, en de hieruit ontltaande turveu te vervoeren naar zulke ftreken, welke fchaars van brandftoffen voorzien zijn.

Maar nu aan de overzijde der Alpen? vindt men hier ook turflagen ? Ja, Provence is er zoo wel van voorzien ,' als vele van Frankrijks noordelijker gewesten. In Hongarije valt, volgens schwartner, op verfcheidene plaatfen turf; men leest van veenachtige gronden in Walachie, en het gewest' Elis in Griekenland wordt ons door pouqüeville befchreven, als van eene turfachtige gefteldbeid.

Geldt het intusfchen reeds van deze Over-Alpifche landen, dat men er minder naar'den turf omziet, naar gelange er de luchtsgelteldheid warmer is , dan bij ons en in noordelijker ftreken, hoeveel meer geldt zulks dan van de nog meer zuidwaarts gelegene landen in Azië en Afrika, Evenwel flechts gedeeltelijk; want anders zou men z>ch n'et zoo veel met het ftoken van koemist behelpen, als b. v. in Syrië, in Arabië, en in een gedeelte van Hindostan plaats heeft. Is een al te zandige grond reeds onder de gematigde luchtflreken niet gunftig voor de turfvorming, hoeveel te minder moet het dezelve dan zijn, waar er nog minder fchuinfche zortneltralen op neérfchieten , en flechts eenige doornachtige gewasfen vergunnen op te komen! Eene te fterke tntdrooging en uitwafeming zullen misfchien in de heete luchtftreken, ook bij zwaardere gronden, die langzaamheid van verrotting en die zamenpakking beletten, welke er tot het ontflaan van turf vereischt worden. Wij herinneren ons ook geene bepaalde of duidelijke befchrijvingen van turfvorming in de heetlte gewesten van onze aarde, zelfs niet in boschgronden, hoewel wij wel nader opheldering wenschten in het herige van zekeren reiziger, dat de bewoners van een hoog gelegen gewest op Madegaskar, in welk gewest geen hout groeit, zich in het drooge faizoen tot brandftof bedienen van eene roode gedurende zes maanden door de zon hard gewordene aarde. Gelijk er overeenkomst is tusfchen de berggewasfen der heete luchtftreken , en die der noordelijke vlakten, zal er welligt ook oveiv eenkomst zijn in de wijze van beider ontbinding.

Met zekerheid verwekt men daarentegen het aanzijn van B 5 veen»

*