is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LOF VAN

VV ie ook naar lof moog' dingen; 't Lust mij den lof te zingen

Van eene huisgenoot, Die ned'rig, zacht en zind'lijk, Trouwhartig is en vrind'lijk,

Van dwazen waan ontbloot. Zeer rein in al haar zeden; Steeds met haar deel tevreden,

Leeft zij in ftille rust; Gehoorzaam en dienstvaardig, Gezellig, ;vlug en aardig,

Is zij onze aller lust. —• Dit is de zuiv're waarheid, Dat blijkt met middagklaarheid

Aan ieder, die haar kent. Zou 'k al haar deugden noemen, En die naar waarde roemen;

Dit lofdicht kreeg geen end. 'k Zal dus maar 't rijmen liaken, Want lange rijmen fmaken

Toch niet; — maar wilt gij dat Ik u nog eerst doe weten, Hoe 't liefje wordt geheeten? Welnu! . . . 't is onze Kat.

DE LOF VAN

•MM*