is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 5

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jakob ignatius loudeche. 83$

deren te verligten. — Toen hij eens iets had uitgevoerd, dat eene fcherpe kastijding zijner ouderen verdiende, hield hij het voor het beste om te vlugten, en het vaderlijk huis voor altijd te verlaten. Het toeval, ot beter zijn lot, leidde zijnen weg naar eene zeehaven, werwaarts hij al bedelende kwam, dewijl hij deze reis zon* der eenig geld ondernam, Hoe jong hij ook ware , zoo wist hii echter, dat de (lommen zich van een klein belletje bedienden, waardoor zij hunne behoeften en hua ongeluk met bellen te kennen geven en medelijden verwekken konden. Toen hij in dien tijd op zekeren dag een huis voorbij ging (hij weet de zeehaven noch de plaatfen te noemen; doch naar alle waarfchijniykheid heeft hij zijnen weg naar Boulogne of Calais genomen), en eene fchel zag, klom hij in den nacht naar de tweede verdieping, en Ital dezelve. (Dit is niets bui« tengewoons, dewijl in de dichting Qin/lituut) van hëilmann blinden worden gevonden, die uit het eene venfter in het andere klimmen, waar een ziende misfchicn den hals zou breken. Alles fchemert mij voor de oogen, als ik zulke waagftukken zie).

In de haven lag juist een fchip gereed, dat op goeden wind wachtte , om naar Indiè te zeilen , en fchoon de ouders van dezen jongen avonturier Dunnen verlorenen zoon overal zochten % en zelts zijne viugt in de nieuwspapieren bekend maakten, zoo vond loudeche echter middelen, om zich bedekt te houden, en zich eindelijk te begeven in dienst van den zeilvaardig liggenden zeekapitein. Hij leerde op zijne reis een weinig van de aardriiksbefchrijving, en werd op het fchip tot den geringftèn arbeid in de kombuis gebruikt, doch dewijl men, zoo als het fchijnt, niet tevreden met hem was, zoo zette de kapitein hem, bij zijne terugreis, op de kust van Normandië aan wal, waar hij, van elk een' verlaten, eenige dagen lang een zwervend leven leidde, totdat een gens d'arme hem eindelijk oppakte, en hem in een dorp bij den maire of fchout bragt.

Dewijl geen ftervehng hem verftond, en hrj, van zijnen kant niet de geringde vrees liet blijken, zoo hield men het voor het beste, hem op kosten van den koning in eenen postwagen naar Parijs te brengen, en hem daar van kundige mannen naauwkeung te laten onderzoeken.^ Onder weg deed hij zich veel te goed;

want