is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 6

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MET HET EERWAARDIGE SAKRAMENT. 253

houden, dat Christus , die niet alleen vleesch maar ook God is, onder deze teekenen van het Sakrament waarachtiglp wordt overgegeven, zoodat de fübftamié zelve van het Sakrament, geen brood of wijn«_ welke ophouden te zijn, maar Christus zelf is. Wij allen onderfchrijven de verzekering en de öeihng van gabriel biel, Lect. II. in Can. Miste: Dat de Zo§n van God in de handen der Priesters het vleesch aanneemt, of mensch wordt, even als in de baarmoeder der Maagd. Wij keuren ook het gezegde van berNARDUS goed: die mij heeft gefchapen, geeft aan ««V de magt om hem te fcheppen, en : die mij gefchapen heeft zonder mij, wordt gefchapen door mij. Hierom ftek ook een zeker fchrijver, Serm. 27, Bigam. Salaris, de magt van onze priesters zeer verre boven de magt der Engelen en van maria. Niemand der onzen heeft dit, zoo ver ik iveet, tegengefproken. Men zegt immers, overeenftemmig met onze leeraars, dat den priesteren der Katholijke kerk , te gelijk met hunne waardigheid, eene geheel Goddelijke kracht wordt medegedeeld, waardoor zij, als medeftrevers van God, de woorden in het doen der Misfe behoorlijk uitgefproken zijnde, de teekenen van het Sakrament, wat de zei'irundigheid of fubftantie aangaat, vernietigen, en dezelve in het vleesch, bloed, ziel en Godheid van christus veranderen kunnen; en wel, gelijk het iemand noemt, door eene aanbrengende verandering, ja even zoo krachtig, als toen God met één woord, het heelal uit niets heeft gefchapen. Dit heb ik dikwijls elders en nog onlangs gekerd van cornelius a lapioe, ad esaj/E VIL Pag- 119. Dit Kathol ijk leerftuk, alhoewel het laatfte Concilie van Trient ten ftrengite, onder bedreiging van den ban , bevolen heeft, dat hetzelve heilig van alle' geloovigen moet worden vastgehouden, wordt nogtans van hen, die de Roomfche kerk hebben verlaten, niet alleen in twijfel getrokken , maar zij befchuldigen hetzelve (1) van nieuwheid. Want wie der Apostelen, zeggen zij, heeft hetzelve geleerd ? niet het drietal der Evangelisten, welke de bloote woorden der inftelliug, in eenen historifchen ftijl, in hunne boeken hebben ingevoegd ; welke woorden, als er het uitleggend gezag der kerk aan ontbreekt, zeer wel eene ketterfche uitlegging dulden. Niet paulus, de Apostel der Heidenen, i Corinth. Xt,