is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 7

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FRANS VOLK.MAR REINHARD. JOJ

plannen in de laatfie tijden vrijer, dan te voren, name. lijk in de leerredenen over de tekften uit de Brieven der Apostelen. Hij had een' tegenzin tegen het gebed, bij den aanvang eener leerrede, en wilde de flotgebeden zelden bezigen. De leerredenen ter opfcherping van het zedelijk gevoel, en die, waarin hij den ftrijd der wereldgebeurtenisien met de Voorzienigheid op hetnaauwkeurigfle fchetst, behooren wel onder de uitmuntendfte, waarin hij het best geflaagd is; tot de laatfte namelijk behooren zijne Hervormings-preken. Men heeft reinhard verweten, dat hij, door zich vooral te angstvallig aan eenen ftreng logifchen vorm te binden, aan zijne leerredenen iets eenzijdigs gegeven, en daardoor derzelver meer algemeene, het hart meer treffende , werking verhinderd heeft: velen zelfs verwonderen zich, hoe deze vorm van voordragt zoo vele toehoorders tot hem trok. Dan men moest reinhard hooren, om te zien, welke kracht het echt Christelijk geloof, het moge zich in dezen of genen vorm voordoen, op de menfchen oefent. Het was niet de vorm, maar het geloof, hetwelk zijne toehoorders tot geloof opwekte. Geen onpartijdig toehoorder koesterde, na de voordragt, het vermoeden, of hij ook zelf daarvan overtuigd kon zijn; want hij had fteeds te waar, en roet een te levendig geloof gefproken, dan dat zoodanige twijfeling bij een onbevooroordeeld toehoorder kon opkomen. In dezen vorm verheerlijkte hij God, en betuigde zijn geloof even zoo zeer, als in,den reeds bovengenoemden.

„ Als Examinator der candidaten is hij dikwijls miskend geworden, en moest hij natuurlijk miskend worden. De inrigting op de univerfiteiten is zelden daartoe gefchikt, om het zelfdenken in het algemeen, en het eonfequente doordenken van eene en dezelfde ftof te bevorderen ; het aphoristifche ftudereu, de naar uren afgemetene beoefening der wetenfchappen, vereenigd met het gebrek, dat men te veel bij elkander op eenen en denzelfden tijd, en daarenboven het heterogeenfte behandelt, ontneemt den meesten jongelingen die logifche kracht en vaardigheid, zonder welke alle wetenfchappelijke befcha. ving zonder grondllag is. Rekent men nu hier nog bij , dat men op univerfiteiten, door den vorm van de voordragt van het bijzondere altijd afhankelijk gehouden wordt, en zelden de kracht en vaardigheid erlangt,

MENG. 1820. NO. 7. V 0£H

t