is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 7

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

314 WARE WELVAART DER ARBEIDERS,

uitwerkfelen voort te brengen. — Het katoen en wol, of ruw katoen, gaat aldaar eerst door eene machine om hetzelve te zuiveren; wanneer het nu uk dezen toeftel komt, dan zijn er eenige jonge meisjes gereed om elke portie af te wegen, welke voor elke der afdeelingen der werkplaatlèn beftemd is, en zij fpreiden dit uit op eene ftrook linnen, aan welker einde een houten rol is, gelijk eene opgeplakte landkaart; men rolt die laag van katoen in linnen, hetwelk een* cilinder vormt; al deze cilinders worden in eene kist geworpen, welke een wagen, door een' onderaardfehen gang, weg brengt beneden aan eene verticale keten, zonder einde, met fchakels of liever met haken; het water brengt dezelve in beweging; men plaatst elke rol horizontaal op twee haken, en zoo vervolgens; alle rollen worden fnellijk opgeheven in elke werkplaats, alwaar men dezelve uitdeelt, en de ledige dalen wederom door die zelfde keten naar beneden. — Men heeft in dat gedeelte der inrigting zulke aanmerkelijke verbeteringen ingevoerd ten opzigte van het doelmatiger gebruik des tijds, dat men aldaar thans zes maal meer werk doet op eiken dag, dan te voren.

Een weinig verder is eene ruime werkplaats voor gieters, draaijers, timmerlieden, fchrijnwerkers, enz. en met één woord, voor alle handwerken, die iets bijdragen tot volledige daarftelling der werktuigen. De gieterij is aanmerkelijk, want men vervaardigt er raden van vier en twintig voeten diameter, waarvan de fpaken en de as van gegoten ijzer zijn, en de vellingen van hout: deze zijn geknikt in de manier van wieken en negen of tien voeten lang; het water komt in dezelve door het boveiifte gedeelte van het rad, zonder val, en werkt enkel door zijn gewigt. Er zijn tien van zulke raderen in werking, de watervang, die dezelve in werking bragt, deed, toen wij het gezien hebben, (dat is, bij eene groote droogte) de Clyde geheel en al op de raderen komen; bij het wasfen der rivier brengt zij Hechts een tachtigfte gedeelte derzelve er op. —— Bijkans evenwijdig met de vier groote gebouwen der molens , en van dezelve afgefcheiden door eene foort van openlijk plein, vindt men woonhuizen der werklieden, gebouwd van fchoonen arduin- of hardfteen, en welke te zamen een geheel daarftellen, hetwelk eene foort van dorp uitmaakt , in welks middelpunt een gebouw is

van