is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 7

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET MASKER. 337

„ Gij kent mij dus van nabij?" „ Van nabij? Ik vleide mij eenmaal daarmede, thans „ hoop ik zulks nog meer dan ooit." ,, En ik ook u ? " ,, Ja wel! ja wel! "

„ Zonderling! En uw naam is — mag ik dien ook „ weten ? "

„ Gij moogt wel ! Doch baten kan hij u thans niets! eer benadeelen! "

,, Benadeelen ? Uw naam mij benadeelen ? On-

begrijpelijk, onmogelijk! "

,, En toch waar! Gij zijt hier om u te verflrooijen.

Een enkel woord van mij echter, kon u uwe ge„ dachten met geweld bijeen doen ver/.arr,elen."

Omtrent op deze wijze ving een gefprek aan, hetwelk ieder oogenbiik voor den armen graaf belangrijker en tevens duisterder werd; hetwelk hem met bange vrees vervulde, en. waarvan bij zich evenwel niet o.stilaan kon. Hij leidde den gang van het gefprek op veifcheidene onlangs plaats gehad hebbende gebeunenisf.11 zijns levens. Het masker kende die alle, zelfs menige kleinen hem reeds vergeten trek , riep zij in zijn geheugen terug. Geen woord, dat hem fcheen te willen kwellen, en evenwel ook geen een, dat — niet trof! Hij kwam, met eene geheime fiddering, op het geluk van zijnen echt; het masker zweeg, of fprak flechts een enkel woord. De ftem der geftalte fcheen doffer en meer onderdrukt te worden. Toen de graaf bij haar aandrong, om hem te zeggen: wat zij ook daarvan wist ? barstte zij in deze woorden uit: gij ge,, voelt allezias, wat gij verloren hebt; doch, daar „ men u hier vindt, fchijnt gij bereids naar troost en

„ naar vergetelheid te haken." Het fcheen hem »

ah of zij zich, bij dit gezegde, wilde losrukken, doch hij hield bij haar vast, en bezwoer haar nog fterker, om hem te zeggen: wie zij was? en vanwaar zij kwam? Eene beweging van de regterhand naar boven toe, antwoordde op deze vraag, en fcheen te aeggenü van,, daar!"

Nu kon de graaf de ekbarfting zijner gewaarwordingen naauwelijks meer terughouden.. Terwijl hij, om zich niet voor aile oogen ten toon te {lellen, haar bewoog , om zich in eenen hoek der zaal met hem neder X * te-