is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 7

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3a3

HET MASKER.

te zetten , terwijl hij alle welfprekendheid^ en beloften aanwendde, dié 'Hechts in zijn vermogen waren, drong hij onophoudelijk bij haar aan, om hem haren naam te zeggen, of, wat hij nog liever wenschte, zich te ontmaskeren, Lang weêritond zij thans nog, of zweeg veeleer Eindelijk toen hij haar, indien zij ooit bemind had, bij het voorwerp harer liefde bezwoer, zijne bede niet langer onverhoord te laten, zeide zij als half onwillig: „ welaan! ik wil mij ontmaskeren,

maar niet hier! Weet gij een eenzaam vertrek,

en ftaat gij volftrekt op de vervulling uwer begeer„ te, zoo geleid en volg mij derwaarts!" Hij ftond

op. Maar ik vrees, graaf! of liever, ik weet

,, zeker, dat het u berouwen zal!" Hij bleef volharden.

Zij gingen; voor den gunfteling van den vorst werd fpoedig een zijvertrek geopend. Toen zij binnentraden, zlg hét masker overal in het rond, of zij ook wel zeker geheel alleen' warm. Hiervan Overtuigd, vraagde EU de geftalte haren geleider nog eenmaal: ,, of hij

nog wenschte haar gelaat te zien? " ,, Ja, jaU

„ ik bezweer u dit!" Zij nam het momaangezigt

af, en graaf S** zeeg, als door den blikfem getroffen, op den grond neder: want hij zag — een doodshoofd.

Hoe lang hij in deze onmagt gelegen hebbe, laat zich niet riaauwkfcöiig bepalen; dat hij eindelijk wtêr bij zich zei ven kwam , had hij Hechts aan de voorzorg van den vorst te danken. Staag had deze een opmerkzaam oog op zijnen lieveling gevestigd. Zijne langdurige wandeling met een masker, hetwelk niemand kende, de hartelijkheid van beider gefprek, of liever het vuur, waarmede de graaf het woord fcheen te voeren, bevreemdde den' hertog eenigzins; nog meer verwonderde hij zich, toen hij beide zich, met rasfche Ichreden, uit de zaal aag- verwijderen, Gaarne had hij eene reden voor dit vertrek g-eweten, die — bij redouten en bij zekere hartelijke gelprekken zich niét zelden laat vinden: zeker had hij zich dan over de genezing van die troostelooze fmart verheugd. Doch zulk eene genezing kwant hem al te fpoedig voor, het tot hiertoe gehouden gefprek al te eraitig, en de verwijdering zelve al te onvoorzigtig. Dat de graaf geheel vertrekken

zou,