is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEN GEL-STUKKEN.

GODS WONDEREN IN DE NATUUR.

(Naar J. S. TATER.)

■TT/aar zal ik beginnen, waar zal ik eindigen, om den VV Heere groot te maken, wanneer ik mijnen blik vestig op de natuur, en rondom mij zie in de groote huishouding van God ? !

Al wat onze zwakke oogen zien, is Öechts ftukwerk. Wanneer zij eens geopend worden voor den zamenhang der fchepping, en verwaardigd om het overzigt van alle groote en kleine fehikkingen te algemeenen welzijn, ter vrolijke levensbewegingen zijner fchepfelen op deze aarde, welke Hechts een flipje van het heelal is, te bevatten; dan zullen wij als wegzinken in bewondering, dank en aanbidding. Mijn hart gevoelt hetzelve reëels, terwijl het hier nog onvolmaakt rondziet.

Bij elke beweging van het dierlijke ligchaam verdikken zich de zenuwen, het vleesch, hetwelk tevens de verfterkendfte fp'y's is voor andere fchepfelen. De pezen, in welke de zenuwen eindigen, zijn aan de, in de gewrichten beweegbare, beenderen vastgegroeid. Even gelijk men eenen band aanhaalt, een touw nat maakt, opdat het korter worde: zoo wordt ook, op bevel van den wil, de zenuw, welke tot elke beweging moet dienen, aangetrokken, of' ook wel weder losgelaten. En op deze wijze volgen, in den (hellen loop der dieren, in de onophoudelijke bewegingen van ontelbare gekorvene diertjes, welke in de lucht wemelen, millioenen van zulke bewegingen, zonder dat wij, lyj de befchouwing derzelve aan den Schepper van ditaalles denken.

De vogel (laapt op den tak met vasthakende nagels en teenen: wie geeft die _ hechtheid en (terkte in het vasthouden, zoodat hij niet van het takje valle? De hemelfche Vader heeft ook voor zijne vogels gezorgd.

MENG. l820. NO. 10. Ee 1)8