is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1| -<*

; VAN DE FORMULIEREN VAN EENIGHEID,

mulieren, omdat zij met lret Woord van God overeenftemmen, met den geest en de ttrekking van het Proteftantisme volkomen beftaat. Ik zou mij ook beroepen kunnen op het oordeel van een chemnitius , buddeus, ernesti, reinhard , hulshoff , en anderen ; maar ik heb mij opzettelijk bepaald tot de leeraars van ons Hervormd kerkgenootfchap, opdat het zou blijken , dat in de aanmerking op Bladz, 205, der Beoordeelingen in dit Maandwerk , niets is gezegd , dan hetgeen, wat van alle tijden af het gevoelen der Nederlandfche Hervormde kerk is geweest. Zoolang mij niet door gronden, die overtuigende zijn, bewezen wordt, dat het Hervormde Genootfchap, aan hetwelk ik uit overtuiging verkleefd ben, heeft gedwaald, zoolang zal ik aan mijne eenmaal gedane onderteekening getrouw blijven, en eene andere, waarbij men Hechts verklaart, de belijdenis aan te nemen, voor zoo verre zij met Gods Woord overeenftemt, afkeuren, ais geheel ongefchikt en ondoelmatig, om de rust, de orde en onderlinge overeenftemming der leer, welke wij, op grond van Gods Woord, belijden, te bewaren en te bevorderen. Trouwens, wat zou toch een navolger der leerbegrippen van arius of van socinus kunnen terughouden , om zoodanige onderteekening te weigeren ? Hij kan ze doen, en zijne begrippen onder de Hervormden prediken, zonder dat hij immer geacht kan worden, tegen zijne verbindtenis te handelen. Dit ie willen bewijzen, zou niets anders zijn, dan het gezonde menfehen -verftand te beleedigen, — en ik zag veel liever alle kerkformulieren voor altijd afgefchaft, dan dat ik eene onderteekening zou goedkeuren, die geene waarde of kracht heeft. Ik fchrijf zulks niet, omdat ik mij bij iemand wil veraangenamen, of lof van iemand inoogften; lang toch heb ik geleerd, aan een goed geweten voor God genoeg te hebben , en niet te hechten aan den lof, toejuiching of miskenning en befpot. ting van anderen, alzoo ik te wel weet, dat die doorgaans van het toeval of de luim der menfehen afhangen, — en dat hij, die den lof der menigte najaagt, dat doen moet ten koste van zijn geweten, ja, ophouden een dienaar te zijn van jezus christus, — Dankbaar erken ik het helderder licht der oordeel- en uitlegkunde van onze dagen, de groote vorderingen, welke in alle takken der godgeleerde wetenfehappen

zijn