Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eduard.

473

knaagde; ook beleed zij zulks. Eindelijk verhaalde zij alles aan hem, en hij drong er op aan, om zulks ook aan den beer winzucht te belijden ; zij wil ie hiertoe ephter in het eerst niet befluiten, doch liet zich eindelijk er toe bewegen, Deze ftond nu verlegen, en wilde volltrekt dat de leeraar dit geheim zou houden, omdat hij benaauwd was, dat dit hem geld zou kosten. Doch de leeraar antwoordde; „Mijnheer! aan eduard is het „ grootiïe onregt gefchied, dat moet berlteld worden,

wanneer zulks mogelijk zij. De ongelukkige jonge-.. „ lir.g heeft veel te veel geleden." «—« Winzucht wilde door beloften den braven leeraar tot fttlzwijgendheid overhalen, doch deze antwoordde: „Neen! mijnheer! de „ onfchuld moet, zoo er kans toe is, gered worden." — Hij ging daarop naar den regter, verhaalde hem alles, en deze begaf zich daarop terftond naar het \u\h van den heer winzucht, en vernam uit den mond van 4e flervende alles, hetwelk onze Eezers reeds weten. Nu viel de huishoudfter in eene vlaag van woedende, ijlhoofdigheid, en — gaf wanhopend den geest.

De regter liet terftond door de nieuwspapieren eduard oproepen, om vergoeding van fchade en fchande té ontvangen, dewijl zijne onfchuld thans was aan den dag gekomen. Dit kwam echter eduard, dewijl hij buiten alle gelegenheid was, om de nieuwspapieren te lezen, niet ter ooien, doch de heer regthart las het in denzelven, en gaf zuiks aan zijne deugdzame dochter te kennen, welke tranen van vreugde ftortte, doch zich thans alleen bczjg hield, om een middel te vinden, ten einde te weten, of haar eduard nog in leven was; wat men echter in het werk ftelde, men hoorde niets, van hem. De treurige hoop, om toch eens haren geliefde weder te vinden, bleef echter nog levendig.

Eindelijk diende haar het geluk. Er werd met een fchip een zwaar pak gezonden aan het adres van den, heer regthart te ..... Eduard was juist bij het fchip toen het ontladen werd, -hij zag het opfchrift, en verzocht den fchipper , om het te mogen beltellen, deze vergunde hem zulks. Hij nam het op, kwam zeer be«, zweet, dewijl de last zwaar was, aan het huis van regthart , en de dienstmaagd vraagde hem, hoeveel hy moest hebben voor het dragen. Eduard (lond voor in den gang, en zeide, toen, hij, het pak nederlegde:

God dank ! dat ik het hier heb, want ik kan niet' Gg 5 „ meer."

Sluiten