is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET DAL DER BRAMINRtf.

in de hut leiden. Hier ftond eene legerplaats van balfeniachtige welriekende kruiden, en op de kruiden lagen fijne dekens gefpreid, verblindend wit, als versch gevallen fneeuw.

„ Zie," zeide de Bramiu, „hier kunt gij gerust fluïmeren. Want gij rust in de armen van den alles lievenden Brama, welke dit dal zegenr. Dat zullen de zachte, liefelijk riekende kruiden , waarop gij zult nederliggen , getuigen; en deze fneeiiwwitte dekkleeden zijn een zinnebeeld der onfchuld,".

Onder het gefprek van den grijsaard, traden twee knapen binnen, en droegen eene fchaal vol donkerrooden wijn. De grijsaard nam dezelve uit hunne handen, en fprak tot den vorftenzoon: Zie.' wij eten alleen de vruchten des velds en der boomen en wijnftokken, gelijk de natuur dezelve geeft. Doch voor de kranken en vermoeiden perfen wij ook de druiven. Het is het eenigfte bloed,** voegde hij er laachend bij, ,, dat wij vergieten; doch het gefcbiedt zonder zuchten , en. om zuchten te dillen. Drink, mijn lieve! het zal goed voor uw hart zijn."

De jongeling nam met bevende handen de fcbaa', en terwijl hij dronk , oyerviel hem eene hevige Oddering.

Toen hij de fchaal den grijsaard terug gaf, klonk in de verte een zacht en plegtig gezang van vele dcmmen. —. „ Wat is dat?" vraagde de vorftenzoon.

„Het is het avondgezang," antwoordde de Bramin. „ De zon gaat onder. Wij brengen aan Brama onzen gemecnfchappelijken dank toe voor het licht des hemels , betwelk hij ons nederzendt, en voor den levensdag, welken hij ons weder gefchonken heeft. Wij ge'ooven, dat aan het liefdevolde en weldadigde Wezen alleen het gebed der vreugde en der liefde welbehagelijk is. Daarom brengen wii Hem onzen dank door gezangen geraeenfchappelijk toe. Ook gij wordt in ons gebed niet vergeten. Want behoort gij ook thans niet tot ons familie - verbond ? Brama fchenke u eenen zachten flaap en een vrolijk ontwaken.

Zoo fprak de grijsaard met vriendelijke bevalligheid, en verliet den vordenzoon. Deze echter bedekte zijn hoofd, en was niet in daat, / den