is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53<3 GELATENHEID DES HARTEN IN GOD.

ik vertrouwend tot u opzien moge, Vader der liefde! Ja Heere! Gij hebt groote dingen aan mij gedaan, Gij hebt .mij gekroond met barmhartigheid ! Zelfs die vijandelijke lotgevallen, welke van menfehen voortkomen, moesten zich veranderen tot mijn geluk; verre zij dus

van mij elke fchaduw van ontevredenheid tegen U. :

„ Vergeef ons, gelijk wij ook vergeven onzen fchulde„ naren!" Dit heilig gebed, hetwelk de grootfte Leeraar der menlchen ons voorfchreef, vertegenwoordige zich altijd aan mijn hart, opdat ik voor uw aangezigt, Vader der barmhartigheid! moge wandelen in liefde en geregtigheid ! Gij , Allerheiliglfe ! ontfermt u over zondaren: zou, zou-ik, een mensch, dan mij over mijnen medebroeder vertoornen? Rust mij toe met kracht, opdat mijn geloof aan U, wijze B-Huurder der menfchelijke lotgevallen! vrucht drage in lijdzaamheid en geduld. Geef, o God! dat ik in mijnen ftand, waarin uwe voorzienigheid mij heeft geplaatst, waardiglijk al de pligten , welke Gij mij hebt opgelegd , vervulle ; dat ik niets verrigte, waardoor voor iemand mijner medemenfehen eenig onheil omftaan kan; dat ik mij nooit onderwinde, om iemand te veroordeelen, die door lasterlijke beoordeelingen vervolgd wordt; dat ik alleen aan u datgene, wat mij bij anderen als kwaad toefchijnt, overlate. Gij alleen kent volmaakt het binnenite, de verborgenfie fchuilhoeken van het menfchelijk bart. Heb ik het verdiend, dat Gij, genadevolle Regter! U over mij ontfermt? moet ik dan geene liefde en genegenheid uitoefenen jegens menfehen, die uwe kinderen , mijne lotgenooten des aardfehen levens zijn! Genegenheid en liefde zij mijn heiligfte pügt, en mijne wijsheid zij berusten in uwen heiligen wil, o gij Eeuwige . gij alwetende Befhuirder onzer dagen ! —•

[De vertaler voegt hier bij een Stukje van dezelfde fchrijfjlcr , getiteld:

VERTROUWEN OP GOD-!

Schepper der werelden! liefderijke Vader der menfehen! Tot U hef ik mijne ziel op, als ftormen des levens mij fmartelijk llingeren, als zij mijne kracht dreigen neder te buigen. Verlies ik mij in de ver¬

hevene overdenking van uwe onmetelijke wijsheid, liefde en magt, o hoe verlterkt gevoelt zich dan mijn

treurend hart. Ja! Gij verhevene Geest der werel-

dea,