Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

HET SPORTBLAD.

Hierna leest de heer Tromp de notulen van de alg. verg. voor, die ongewijzigd worden goedgekeurd.

De tweede secretaris leest nu het door den eersten secretaris gestelde seizoenverslag voor, hetwelk aan het slot een applaus ten deel valt, als blijk van dank en waardeering voor de daaraan bestede moeiten. Op de vraag van den voorzitter of een der aanwezigen ook een opmerking heeft, naar aanleiding van dit seizoenverslag, krijgt de heer Tan IJzeren het woord. Waar de le secretaris in zijn seizoenverslag het volgende zegt: „Mijne diepste afkeuring moet ik hier uitspreken over het optreden van Celeritas in de zaak Celeritas—H. V. V.,- aan de unfairheid dezer club heb ik niet willen gelooven, tot mij thans een schrijven is geworden van een harer leden, die niet langer medeplichtige wil zijn om de waarheid schuil te houden. Indien dit laatste schrijven de zaken geheel .juist voorstelt, is de onbeschaamdheid van Celeritas' bestuur van dien aard, dat het wel degelijk overweging verdient of men deze personen nog langer als bondsledea mag tolereeren," meent van IJzeren hier met alle kracht tegen te moeten protesteeren : hij zegt verder:

Ik weet dat het Bestuur van den N. V. B. de opinie heeft, dat Celeritas in gemelde zaak geknoeid heeft. Maar mag men afgaan op een brief van

iemand, die geen lid meer is van Celeritas, en kan deze ééne brief opwegen tegen de verklaringen van Celeritas' bestuiir ? Ik heb een telegram ontvangen, waarin mijn bestuur kennis kreeg, dat het bestuur van den N. V. B. op deze vergadering een voorstel tot royeering van de bestuursleden van Celeritas en den heer v. Loon zou indienen. Plotseliug komt het Bestuur van den N. V. B. met zoo'n voorstel, zonder Celeritas ook maar ergens in te kennen. Ik kan niet denken dat een le Secr. mag afgaan op het schrijven van den heer Visser, nog minder dat hij mag insinueeren in zijn jaarverslag.

Borst stelt voor verder debat over deze kwestie uit te stellen en eerst verdere opmerkingen over het seizoenverslag te hooren.

Van IJzeren: Voor evenwel verder te gaan, wil ik de vergadering mededeelen, dat ik blijf protesteeren tegen insinuaties in sportbladen gebezigd tegen Celeritas.

W ij u a n d s : Mijnheer de voorzitter, ik wensch iets te zeggen over het zoo juist voorgelezen seizoenverslag, doch geen aanmerkingen, maar wel woorden van appreciatie.

Met genoegen constateer ik de aanhaling in het verslag over het voetbal in het leger en juich de pogingen toe tot bevordering van ons spel in de kazernes. Doch m. i. is er nog een ander middel om ook het voetbal bij het leger ingang te doen vinden. Ik zou n. 1. de hier aanwezige vereenigingen in overweging willen geven, militairen, beneden deu rang van onderofficier, vrijen toegang te geven bij wedstrijden.

Te apprecieeren is ook, hetgeen de heer Hirschman schrijft over de scheidsrechters. Ik betreur het ten zeerste in de sportbladen te hebben kunnen lezen slechts oordeelingen over en hatelijkheden aan het adres van scheidsrechters. Ik ontzeg ten eenenmale elk verslaggever het recht kritiek uit te oefenen over een scheidsrechter, temeer, daar de schrijvers er van meestal zelf niet geschikt zijn het scheidsrechtersambt op zich te nemen. Alleen scheidsrechters kunnen oordeelen over scheidsrechters. Het is daarom, dat ik het bestuur van den N. V. B. adviseer, er bij de redacties der sportbladen op aan te driDgen, nauwlettend toe te zien op beoordeelingen over scheidsrechters door

de verslaggevers. Mij is het bekend, dat een dergelijk verzoek reeds meerdere malen gedaan is, doch daar er reeds eene geringe verbetering is waar te nemen, daarom hopen we, dat het telkens herhaalde verzoek met een gunstig resultaat bekroond moge worden. De aanhouder immers wint."

De Voorzitter. In de eerste plaats dank aan den heer Wijnands. Wat betreft de invoering van het voetbalspel in ons leger, ik kan u de verzekering geven, dat het bestuur van den N. V. B. zooveel mogelijk het zijne zal doen deze te bevorderen en. elke bevordering van het spel onder onze militairen zal toejuichen. Stappen zijn er reeds in dezen geest bij militaire kringen gedaan door onzen Eere-voorzitter, maar dit is alles wat ik hieromtrent .kan mededeelen, daar eea en ander geheim moet worden gehouden.

Hetgeen de heer Wijnands zeide over de scheidsrechters, zal in de eerstvolgende bestuursvergadering ter sprake worden gebracht, en ik hoop op succes.

Buskop: Waar zoo even de heer Wijnands der vereenigingen in overweging gaf om bij de wedstrijden aan militairen, beneden den rang van onderofficier, vrijen toegang te geven, daar geloof ik, dat het wenschelijker is om dit recht te geven aan militairen, beneden den rang van officier. Als er in de hand wordt gewerkt de ingang van het voetbalspel bij onderofficieren, en deze beginnen het meer en meer te spelen, dan zullen de minderen het ook vanzelf gaan beoefenen.

Warner: Mij was het ontgaan, dat de heer Wijnands had gesproken over onderofficier. Mij komt het ook beter voor, zooals de heer Buskop voorstelt.

W ij n a n d s: Het is te veronderstellen, dat eerder onderofficieren er toe zullen komen om wedstrijden te gaan zien, dan die militairen, welke den onderofficiersrang niet hebben bereikt.

Buskop: Dit laatste vind ik geen argument; als iemand niets voor voetbal gevoelt, zal die persoon ook niet naftr wedstrijden gaan.

Stokvis: De opmerkingen, welke ik over het seizoen-verslag wil maken, zijn, dat vooreerst in een seizoen-verslag zaken voorkomen, die reeds meerdere malen en dikwijls breedvoerig in een der sportbladen zijn behandeld. Mij komt het voor, dat mindere détails een veel loonender verslag zon geven.

Men kan zich verheugen, dat de le secretaris het seizoen-verslag schrijft, persoonlijk. Het moet niet vergeten worden, dat het verslag wordt geschreven in de hoedanigheid als Bondssecretaris, dus is er een / band tusschen hem en het overige bestuur.

(Wordt vervolgd.)

* *

Verslag over het seizoen 1897—98, uitgebracht door den ie secretaris van den Ned, Voetbalbond den heer C. Hirschman.

Mijne Heeren.

Waar in het thans afgesloten seizoen vorderingen van ons spel in den Bond zijn te constateeren, zooals in geen ander tijdvak is geschied, kan het mij niet anders dan aangenaam zijn, een verslag daarover te schrijven eD wel thans meer in het bijzonder over die van het spel.

In de eerste plaats wensch ik te wijzen op de groote mate van populariteit, welke ons spel zich in hetafgeloopen seizoen heeft weten te verkrijgen, en wel voornamelijk in het westen van ons land, waar de meeste vereenigingen, in het bezit zijnde van afgesloten terreinen, niet nagelaten hebben hiervan nut te trekken.

Indien we de oorzaak opsporen, hoe het komt dat wij in dit opzicht dit jaar zoo enorm zijn vooruitgegaan, dan vinden we die voornamelijk in de groote

dagbladen, die thans het voetbal een ruime plaats in hunne sportrubrieken gunnen, en door week aan week de wedstrijden en andere aangelegenheden betreffende voetbal te behandelen, een reclame voor de goede zaak hebben gemaakt, zooals op geene andere wijze zou kunnen zijn geschied. Behalve het onder de oogen brengen van onze sport aan het groote publiek, is tevens dit voordeel er mede behaald, dat nien zich thans heeft kunnen vergewissen, dat voetbal geen gevaarlijk spel is, hoewel het nog voorkwam, dat enkele bladen, meest locale, met blijkbaar welgevallen ongelukken bij het rugby voetbal, buitenslands voorgekomen, in hunne kolommen opnamen.

Waar de groote pers zoo goed voorgegaan i', kunnen we blijmoedig hopen dat in volgende jaren de meer locale zal volgen, waarvan dan meer in het bijzonder de niet-westelijke vereenigingen de vruchten zullen plukken.

Na deze kleine uitweiding over de pers, lijkt het mij niet ondienstig eens na te gaan in hoeverre vorderingen van ons spel over Nederland zijn waar te nemen.

Verschillende nieuwe vereenigingen werden opgericht, terwijl het voetbal bestaat of in meerdere of mindere mate is opgewekt in de volgende steden: Harlingen, Sneek, Winschoten, Veendam, Kampen, Almelo, Lochein, Doetinchem, Doesburg, Apeldoorn, Velp, Dieren, Kuilenburg, Tiel, Bommel, Gorkum, :s-Hertogenbosch, Tilburg, Eindhoven, Goes, Dordrecht, Delft, Bussum, Hilversum, Zaandam, Edam, W'ormerveer, Alkmaar, Hoorn en den Helder. Hierbij zijn niet vermeld de steden of gemeenten, waar bondsclubs gevestigd zijn, die buitendien in de meeste gevallen nog meerdere vereenigingen bezitten.

Uit dit staatje is dus te zien, dat het spel in alle provinciën, behalve Limburg,* niet alleen ingang gevonden heeft, doch men mag zeggen : gevestigd is op verschillende tijdstippen van het seizoen; voornamelijk aan het begin, werden door hst Bestuur pogingen aangewend deze vereenigingen onder bondsvaan te doen spelen, welke pogingen in sommige gevallen met goeden uitslag bekroond werden.

Tot het vormen eener Brabantsche competitie heeft zich vooral de heer Engelberts veel moeite getroost en 0 a. eene vergadering te Tilburg bijeengeroepen ; het mocht echter niet gelukken de vereenigingen tot eene competitie of toetreding tot den N. V. B. te bewegen.

De nuttige werking van plaatselijke en gewestelijke bonden voor verschil¬

lende jonge en zwakke clubs of 2e en volgende elftallen der vereenigingen, is zeer zeker wederom te constateeren geweest; te betreuren is het daarom dat slechts een paar voetbalbonden aansluiting zochten met den N. V. B., ten einde eikaars werkkring duidelijk af te bakenen en zoodoende conflicten, die ten nadeele van het snel zijn, te voorkomen. Wij hopen daarom dat de andere bonden zich de zomermaanden ten nutte zullen maken om deze aansluiting te zoeken. Waar in vele streken deze bonden dus ten nutte van degenen werken, die niet in de competitie van den N. V. B. kunnen spelen, daar heeft zich het Bestuur meermalen afgevraagd, of het niet in staat zou zijn dergelijke competities in te richten, daar waar die federaties niet bestaan, tevens met het doel juist de talrijke bondsleden, die niet in de competities van den N. V. B. spelen en die dit gewoonlijk als de eenige wijze beschouwen om van den Bond te profiteeren, buiten de andere genietingen van het bondslidmaatschap ook dit genoegen te verschaffen.

Tot nu toe is echter geene bevredi gende oplossing daarvoor gevonden

op de beide wegen, die men in kan

slaau, stuite men op dusdanige bezware»

dat eene verwezenlijking niet mogehjlj

geacht werd. Wil men nl. de elf

tallen afgescheiden houden, dan worden

zij voor de meeste clubs eene zoodanig

belemmering (door gemis aan invallers

dat zij hun doel missen, terwijl, indieij men dit recht om invallers te gebruikei

wil toestaan, eene zoodanige admini

stratie bij het tegenwoordige stelsel vai

centralisatie vereischt wordt, dat zl

niet meer door personen, die slecht

hunnen vrijen tijd ter beschikkins hebben, kan worden waargenomen; eel

overgang tot het decentralisatie-stelsel

wat ook eene oplossing zou kunueii

leveren, is thans zeer zeker ongewenschl

en zal ook waarschijnlijk in de toekomsi

zijne bezwaren wel leveren.

Om thans terug te komen op di

verbreiding van ons spel, kunnen wd

de meerdere beoefening van het spe

ond^r militairen een heuglijk feil

noemen. Niet alleen dat de N. V. B

thans 2 militaire clubs telt, doch he|

bestaan van dusdanige voetbal-vereeni

gingen te Amersfoort, Nijmegen ei

een 2e vereeniging te Geertruidenberg,

wijzen ook hier op vooruitgang. Dj cadetten-clubs te Breda en AlkmaaJ

en de Adelborsten-vereeniging te Deil

Helder, die door verschillende omstan

digheden verhinderd zijn in competitie

te spelen, gaven slechts door het spélen

van enkele vrije wedstrijden teekenei

van leven aan de buitenwereld..

Hoewel thans in vele steden het voet bal onder militairen zoo niet tejjenge

werkt dan toch ook zeker niet in d'

hand gewerkt wordt, mogen we ook hiei

meer dan ooit . veel van de toekoms

verwachten. Het zou dan ook onbegrij

pelijk zijn, mdien de officieren op dei duur niet zouden inzien, hoe bevorder lijk de voetbalsport is tot het aankwee'

ken van de militaire eigenschappen efl de hygiëne in de kazerne; belofte vail

geheimhouding voor gevormde planneil

in zekere militaire kringen, verbied!

mij echter verder op dit onderwerp

door te gaan. Op het oogenblik zijij

mij slechts twee kostscholen bekend

waar ons spel niet alleen getolereerd

doch tevens.aangemoedigd wordt; usogeij

de uitkomsten daarvan spoedig anderi scholen tot navolging dwingen.

In al de vorige gevallen was de in

voering van het spel slechts te wij tel

aan den natuurlijken loop der zaken de pers- en propagaudacommissie ech

ter wenschte evenwel een proef te nemew

met eene meer kunstmatige overbren'

ging. Zij deed echter een zeer onge

lukkige keuze door daarvoor Bodeera'

ven te nemen; hoewel van de overhei

den meest weiwillenden steun werl

ondervonden, bleek alras, dat de eigen

aardigheden en ideeën der inwoners

vooral der jongelui, van dien aard t

zijn, dat van te voren geen uitkomsteJ

te wachten waren.

Het maken van toeren, vooral in dj

vacantie, is dit jaar zeer zeker niet \\

onbruik geraakt, het zijn voornamelij

de westelijke clubs geweest, die hunn1

voetbalbeschaving naar andere oordei

kwamen brengen. Hoewel zij in dj opzicht groot nut stichten, zijn er even wel dikwijls zoodanige pleizierreisje

van gemaakt, dat de ten opzichte vu' voetbal minder gunstig gestemde pel

er gelegenheid te over vond om zii

afkeer te kennen te geven, een kwaal

dat niet zoo spoedig hersteld kan won lei

Hoewel iedereen weet, dat zulke rei'

jes voornamelijk voor het genoege]

ondernomen worden, diene men voort

iu dezen tijd de matigheidsgrenzen i acht te nemen, nu het voetbal bezi is zijne goede reputatie te vestigen.

Allereerst bezocht dan half Decembe'

een Haagseh elfcal Breda, waar het

Sluiten