is toegevoegd aan uw favorieten.

Het sportblad; Officiëel orgaan van den Nederlandschen Cricketbond, Nederlanschen Zwembond, Nederlandschen Athletiek-unie en verschillende bonden en clubs jrg 21, 1913, no 47, 18-12-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET SPORTBLAD.

5

MHminKraoiHssi

toepassing is op doelschoppen en hoekschoppen, 't Schijnt wel de bedoeling van de wetgevers geweest te zijn, maar heel duidelijk hebben ze het niet uitgedrukt, zoodat er ruimte voer tweëerlei opvatting bestaat. Da F.I.F.A. heeft medegedeeld, dat ze de nieuwe bepaling wel van toepassing beschouwt op doelschoppen en hoekschoppen en in verband hiermede is de regel ook aldus hier ingevoerd.

Da „Referee's Committee" zal verder overwegen een wijzigicg van art. 16 inzake het hervatten van het spel door het neergooien van den bal. Vroeger wa? bepaald dat de scheidsrechter den bal moest opgooien en als 'n gevolg van dat opgooien ontstond er meermalen een geduchte duwpartij om het bezit van het leder waarvan vaak ongevallen het gevolg waren. Om dit te voorkomen werd bepaald dat de scheidsrechter den bal moest neerwerpen en de bedoeling was hier blijkbaar dat men den bal eenvoudig op den grond had te gooien waardoor het geduw onder den in den lucht zijaden bal voorkomen werd. Sommige scheidsrechters gooien echter den bal met kracht tegen den grond waardoor men ten slotte voor hetzelfde feit als vroeger komt te staan, terwijl het bovendien meermalen gebeurt dat de opspringende bal plotseling in een richting springt, die door den scheidsrechter niet is bedoeld en waardoor een der pariijeB, vooral wanneer het vlak bij het doel gebeurt, ernstig kan worden benadeeld. Teneinde dat alles te voorkomen wordt thans voorgesteld om den bal eenvoudig te laten vallen.

Een ander punt, dat wel de aandacht verdient, is de vraag of een bal, die het lichaam van den scheidsrechter raakt, niet als „dood" btschouwd moet worden en dus door den scheidsrechter worden neergegooid. We herinneren ons 'n geval, dat uit een hoekschop de bal via een achterspeler tegen den scheidsrechter getrapt werd en zoo in het doel belandde. Een dergelijk doelpunt is natuurlijk zeer onbillijk.

Eveneens herinneren we ons dat bij een

d elscbop de bal tegen den scheidsrechter werd aangetrapt, waarop de doel verdediger den terugspringenden bal stopte. Het gevolg was een vrije schop vUk vóór het doel daar de doelverdediger voor de tweede maal den bal aanraakte zonder dat een andere speler hem had

Ook dit is natuurlijk een onbillijkheid en dergelijke gevallen zouden kunnen worden voorkomen wanneer men dan den bal voor „dood" verklaarde. Iatusschen zou het zelfs wanneer men hiertoe overigens nog aanbeveling verdienen om den scheidsrechter eenige vrijheid te geven bij het bepalen van de plaats waarbij het leder moet neergooien, daar ook dit van grooten invloed zou kunnen zijn.

Het Eagelsche „Referee Committee" heeft verder besloten om de volgende instructie voor te stellen:

„Ia gevallen dat wegens een ongeval voor een speler gestopt wordt, zal het spel niet langer gestaakt worden dan noodig is om den gewonden speler uit het veld te brengen" een bepaling waartegen ongetwijfeld de F.I.F.A. sis vertegenwoordiger van het continentale voetbal, zich wel zal verzetten. Dat men een dergelijke bepaling maakt voor wedf-trijdén van beroepspelers, welke wedstrijden uitsluitend als een kijkspel bedoeld zijn, is te begrbpen, immers bet publiek komt om voetbal te zien eh 'n wedstrijd verliest door lange onderbrekingen veel van z'n aantrekkelijkheid. Onder amateurs is het echter iets atders en wanne r een speler b.v. een been br«ekt, zullen de andere spelers niet veel lust hebben om verder te spelen voordat ze weten dat hun kameraad behoorlijk verzorgd is. Tegenover amateurs Ljkt ons deze bepaling dan ook beslist al te streng.