is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HEDENDAAG-SCHE OORLOGSSCHEPEN.

7

In de volgende regelen wordt de invloed van de bestemming en behandeling van schip en geschut op den loop van den zeestrijd, voorzoover het geschutgevecht aangaat, nader beschouwd.

In het algemeene geval van een geschutgevecht tussehen twee schepen hebben de beide schepen, de opstellingsplaatsen van het geschut, gelijktijdige beweging met meerdere of mindere snelheid, welke snelheid ik evenwel op gronden, wier behandeling buiten het bestek van dit opstel valt, als groot durf onderstellen. Bij zulke gelijktijdige beweging heeft voortdurend verandering plaats, zoowel van de wederzijdsche peiling als van den onderlingen afstand der schepen. Bij tegengestelde koersen is de afstandsverandering gelijk aan de som der beide snelheden ; bij 't volgen van denzelfden koers gelijk aan het verschil, wanneer beide schepen elkanders masten in een zien. De verandering in peiling is dan nul. Volgen beide evenwijdige koersen, dan worden de veranderingen in afstand en in peiling kleiner, naarmate de koerslijnen verder uit elkander liggen, en alles verandert sneller bij tegengestelde, dan bij gelijke richting van beweging. In het oogenblik, waarop de schepen elkander dwars peilen, is de verandering in peiling een maximum, en de afstand constant.

Maken de beide koerslijnen een hoek met elkander, dan zal de afstand meer veranderen, naarmate de hoek, door de beide koerslijnen ingesloten, grooter is; de peiling zal niet veranderen, wanneer de snelheden der schepen evenredig zijn met hunne afstanden tot het punt, waar de beide koersen elkander kruisen, dus ook wanneer zij elkander onder gelijke hoeken met het voorschip peilen en even hard loopen; bij ongelijke snelheden zal de verandering in peiling grooter zijn, naarmate de hoek tussehen de beide koerslijnen tot 90° nadert.

Hoe sneller de verandering in afstand is, des te moeielijker wordt het, den afstand juist op het oogenblik, waarop men hem dient te kennen, namelijk op dat van vuren, te bepalen. Snelle plaatsverandering vermindert daardoor de trefkans, behalve op die afstanden, waarop door de hoogte van het doel de baan der projectielen bestrijkend is.

Verandering in peiling maakt ten eerste de toepassing eener zijdelingsche correctie noodzakelijk, tot welker bepaling de kennis van des tegenstanders snelheid noodzakelijk is; voorts kan zij, in verband met de slingerende beweging van het opstellingsvlak, de vuursnelheid verminderen.

Zij veroorzaakt toch eene zijdelingsche verplaatsing van het doel ten opzichte van het richtvlak, even alsof het opstellingsvlak zelf in draaiende of gierende beweging ware.

Slingert nu het schip en daarmede de richtlijn in het richtvlak, dan zal eene horizontale lijn, op het doel getrokken, bij iedere slingering (eenmaal rijzende, eenmaal dalende beweging) hoogstens tweemaal door de richtlijn gesneden worden en wel in punten, die zekeren afstand uit elkander liggen; deze afstand klimt met de verandering in peiling en eveneens met den tijd, voor eene slin-