is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

DE VUURLEIDING AAN BOORD ONZER

gering van het opstellingsvlak benoodigd. Het zal dns van de lengte van het doel en van de snelheid der verandering in peilinoafhangen, of men, bij eene bepaalde slingerende beweging, een of meer goed gerichte schoten op het doel kan afgeven. De keuze van de stelling van den vuurmond is hierbij niet zonder belang. Bij een vluchthoek, zoodanig, dat bij rechtliggend schip, de richtlijn het doel snijdt, zal men bij iedere slingering tweemaal het doel snijden ; men heeft echter het nadeel, dat nu onder het afvuren het kanon in de snelste rijzende of dalende beweging is: theoretisch heeft dit eene verheffing of daling van de baan van het projectiel tengevolge, welke echter, wegens den korten tijd, dien het projectiel in de ziel doorbrengt, buiten rekening kan worden gelaten; ten andere is echter hiervan het gevolg, dat de persoonlijke fout van den commandeur, door het schot te doen afgaan een oogenblik nadat hij het doel in de richtlijn ziet, nu grooter invloed krijgt, dan wanneer men de veelal aangegeven handelwijze volgt, van namelijk of te vuren bij het hoogste of bij het laagste punt der slingering, als wanneer de rijzende of dalende beweging van het kanon een oogenblik geheel stilstaat. Hierbij bedenke men echter, dat niet iedere slingering even ver gaat, zoodat als men met de stelling van het stuk op eene hooge slingering gerekend heeft, men licht verplicht kan zijn eenige slingeringen te laten voorbijgaan eer dat men het doel in de_ richlijn krijgt. Vuurt men daarentegen bij rechtliggend schip, dan is men bij iedere slingering, groot of klein, zeker van twee gunstige oogenblikken.

Hoe belangrijk de invloed der horizontale verplaatsing van het doel ten opzichte van de richtlijn, op de vuursnelheid'zijn kan, blijkt uit het volgende voorbeeld. Stel twee schepen, ieder met 15 mijl snelheid, in tegengestelde, maar evenwijdige, koersen elkander voorbijvarende, die elkander met dwarsscheeps gerichte vuurmonden zullen beschieten. De som der beide snelheden is 30 mijl, dus ruwweg 15 M. per secunde.

Aannemende, dat de schepen 90 M. lang zijn, verplaatst zich dus de richtlijn over de geheele lengte van het doel in ~ — 6 secunden; heeft nu het schip meer dan 6 secunden voor eene slingering noodig, dan zal men bij vuren op het hoogste of het laagste punt der slingering hoogstens eenmaal, misschien in het geheel niet in de gelegenheid zijn een schot te doen; heeft men het kanon gesteld _ voor vuren bij rechtliggend schip, dan zal het gunstige oogenblik zich minstens eenmaal, hoogstens tweemaal voor doen. Om de hier bedoelde kwade kansen te ontgaan, moet men het stuk baksen; maar klaarblijkelijk zal het niet gemakkelijk zijn, de juiste maat voor dit baksen te vinden, vóórdat het doel weder belangrijk in peiling veranderd is.

De verandering in peiling zal dus in sommige gevallen tengevolge kunnen hebben, dat de gelegenheid, een gunstig schot te doen, ongebruikt moet blijven ; en in ieder geval vermindert zij de vuursnelheid door de noodzakelijkheid tot baksen.