is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HEDENDAAGSCHE OORLOGSSCHEPEN.

9

Werd boven de bewegelijkheid van het opstellingsvlak alleen beschouwd in verband met het aantal malen, dat de richtlijn het doel zal snijden, hetgeen van invloed is op de vuursnelheid, zoo dient de invloed dezer bewegelijkheid op de trefkans hier nader besproken te worden, vooral omdat wat de te bereiken vuursnelheid aangaat, snel slingeren een voordeel zoude zijn, terwijl het bij nadere beschouwing duidelijk wordt, dat dit voordeel ruimschoots moet worden opgewogen door den nadeeligen invloed op de trefkans.

Deze nadeelige invloed ontstaat, het behoeft nauwelijks te worden herinnerd, door het deelnemen van den vuurmond aan de beweging van het schip, waarvan het gevolg is, dat in den tijd, verloopende tussehen het oogenblik, waarop de commandeur het doel in de richtlijn ziet, en dat waarop het schot valt, de richtlijn het doel weder heeft verlaten. Om het schot op het juiste oogenblik af te vuren, waarop de richtlijn het doel snijdt, moet dus° de commandeur het voornemen tot die handeling opvatten eene zekere tijdruimte vóór dat hij het doel in de richtlijn ziet; eene tijdruimte, afhankelijk van zijne ,persoonlijke fout" (den tijd, benoodigd voor het uitvoeren van zijn voornemen). Dien tijd te meten, is voor den commandeur alleen mogelijk, door op het doel waar te nemen hoever de richtlijn nog van het gewilde trefpunt verwijderd is, maar deze maatstaf wijzigt zich door de hoeksnelheid der beweging van het opstellingsvlak; behalve met zijne persoonlijke fout, moet dus de commandeur rekening houden met de mate der bewegelijkheid van het opstellingsvlak.

Hierbij dient nog te worden in aanmerking genomen, dat met de bewegelijkheid van het opstellingsvlak ook de moeielijkheid voor den commandeur vermeerdert, om zijn oog in de richtlijn te houden. Alle hulpmiddelen, waarmede hij zijn oog een vasten stand ten opzichte van het opstellingsvlak kan geven, zooals een leuning of stander wanneer hij moet staan, of nog beter een zitplaats, die echter verstelbaar moet zijn voor verschillende vluchthoeken, komen daarom de trefkans ten goede.

De hier omschreven moeielijkheden, door de beweging van het opstellingsvlak veroorzaakt, zullen tengevolge hebben, dat bij het vuren met bewegend (slingerend of stampend) schip het afvuren van het kanon zal plaats hebben vóór of na het passeeren van het gewilde trefpunt door de richtlijn, hetgeen overeenkomt met te grooten of te kleinen riehthoek en dus tengevolge moet hebben te hoog of te laag treffen van een verticaal, en aanslaan achter of vóór een^ horizontaal doel. Klaarblijkelijk is bij gelijkheid van fout, in den riehthoek gemaakt, de afstand boven of onder, voor of achter het gewilde trefpunt, ongeveer evenredig met den afstand tot het doel. Dit verklaart, waarom niettegenstaande de voortreffelijke inrichting der hedendaagsche vuurwapenen, waardoor de spreiding van het vast opgestelde wapen veel geringer is geworden toch in den zeestrijd van geen succes op grooten afstand sprake kan zijn. Immers de grootte der hoogtespreiding, door de bewegelijkheid van het opstellingsvlak veroorzaakt, is overwegend tegen